Uncategorized

Als dat geen genezing is

Toorop schijnt te hebben opgemerkt, dat het portret zich niet moet gaan ‘verbeelden’, dat het zelf wat is. Dat is alleen door mij, die het gemaakt heeft!’ Karin van Lieverlo noemt het in ‘Atelier’ van deze maand een spannende wisselwerking tussen waarheid en illusie, dat de relatie tekent tussen model en portrettist. Daar moet ik over nadenken. Ze doelt met name op het portret dat Van Toorop tekende van koningin Emma. Verbeelden heb ik tussen aanhalingstekens gezet. Wat een mooie en subtiele woordspeling. Ik hoop dat het een letterlijk citaat is, want in dat verbeelden schuilt de opperste kracht van de opmerking.

122.jpg

Is het de weergave van Toorop, zijn liefde voor de af te beelden persoon, zijn intentie om een gevoel te vangen, de kracht van de markante uitstraling neer te zetten, is het zijn opperste emotie die daar op het papier verschijnt? Of begint het al met de keuze van het materiaal om al deze gevoelens in te vangen. Bij Koningin Emma blijft er meesterlijke afstandelijkheid, een koningin waardig, tussen mij en haar hangen, maar komt de kunstenaar in rap tempo binnen mijn gevoelswereld. Wat een held, wat een beheersing en oog voor detail en dan met name de kleine aspecten van de menselijkheid, die gevangen worden in de oogopslag achter de spiegelende brillenglazen en in de ragfijne dunne kanten sluier om haar hoofd gevleid, vastgepind aan haar wijze haren, de bezegeling van haar status, Eminence Grise pur sang.

 

foto van Berna van der Linden.Dumas

Hoe anders is de beleving bij de portretten van  Dumas, die al je emoties tot in hun grondvesten doen beven en ze stuwt tot grote hoogten. Een ontmoeting met een portret van Dumas is snakken naar adem, is het grijpen naar intense, maar vastomlijnde zekerheden. Begrippen, die er voor zorgen dat het gevoel niet aan de haal gaat en mee verdrinkt met de wanhoop die uit haar doeken schreeuwt. Munch met zijn ‘De Schreeuw’ blijft ook zo dicht bij het verscheurd zijn door het moment. Dát weten vast te leggen, die ene aanraking van een seconde, waarin de hele wereld samen balt, zo meesterlijk en soms zo afschuwelijk om te doorgronden.

foto van Berna van der Linden.Pushwagner

Bij de werken van Pushwagner zorgt de afwezigheid van de emotie in zijn doeken en tekeningen voor de heftigheid waarmee het binnenkomt. Ik dacht dat ik gek werd. Ik had daar als een dweil uitgevloerd op de grond kunnen gaan liggen, als ik verbeeld had hoe ik me op dat moment voelde. Uitgewrongen, letterlijk. de maakbaarheid van de wanhoop in al haar facetten lag in die tentoonstelling voor me uitgespreid. Naakte waarheid ten voeten uit, of het gevaar van die waarheid. Het denken in stereotypen, het denken in hokken. Ik was de ontvanger, mijn antenne stond wijd open voor Pushwagners zwarte doemwereld. Tegelijkertijd raakte ik geïntrigeerd naar het waarom van deze kunstenaar. Wat maakte het dat hij zo diep ging en zichzelf voor een groot deel verloor in zijn eigen schepping.

schrijven waspit

Ik kan me verliezen in schoonheid en kleur, in poëzie die een afbeelding wekt. Mijn heerlijkste ervaring van het afgelopen jaar was zonder twijfel de ‘schrijversopdracht’ om bij een zelfgekozen schilderij van een van de impressionisten op een tentoonstelling in het Haags Museum te gaan zitten en me te identificeren met een personage, die op het doek stond afgebeeld. Ik koos Breitner, een van mijn grote liefdes. Zo één te worden met de tijdsgeest, die daar weerlegd is op het doek. Een eigen verhaal, een beeld te mogen scheppen van je diepste individuele beleving was een waar cadeau. Nooit eerder had ik vanuit die invalshoek naar een schilderij gekeken. Vragen als ‘Wat is de bedoeling van het meisje, wat denkt ze, waarom is ze zo gehaast. Interpreteer ik haar gang wel op de juiste manier. Zou er nog wat anders achter kunnen steken. Is het wel haast of schort ze de rokken op vanwege de ‘onzichtbare’ modder op de grond’ volgden elkaar in hoog tempo op en er kwam een verhaal en een gedicht uit voort.

Kunst moet, kunst voedt. Het wordt weer eens tijd voor een museum. Ik voel het. Er is niets, wat zo helend werkt als die prachtige uitingen, die mijn gevoel aanraken. Letterlijk een aanhaken aan Het Leven. Als dat geen genezing is.

Advertisements
Uncategorized

Even geen paraplu meer nodig

Onder moeders paraplu leef ik, zegt de bedrijfsarts. Met een uitstraling van de gedecideerdheid van een juf Ank ijvert ze zich, om voor mij de perceptie van de kwaal ontvankelijker te maken. Daar was die paraplu voor nodig. ‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes, Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes…’ Ik hield stijf de geboden paraplu van strohalmen vast, waar ze zojuist een aantal beren in de juiste stelling had gebracht en haalde opgelucht adem. Die beren waren gevoeligheden die familiair waren en die garant stonden voor het leggen van knopen in onder andere hart, longen, schildklier en gewrichten. Het was het antwoord op mijn ongeloof, dat een deel van de medische wetenschap nog steeds het lijf in segmenten opdeelde. De afdeling Cardio werkt op een eiland. COPD werd volstrekt buiten het plaatje van de aandoening gehouden. Nu tekende ze een mooie paraplu met daaronder het veld, waar mijn lichaam in woorden samen viel tot een geheel. Weer keek ze me aan met een blik van iemand die de wetenschap in pacht heeft. Ik was Janneke, kleine Janneke en ik hield niet alleen de paraplu, maar ook denkbeeldige Hannes stevig vast.

Bij een waterproject op school, dat ik, nu ik erover nadenk, aan ‘Huppel, de waterdruppel’ had moeten ophangen, verdiepten we ons in de loop van de waterleidingen van school. Op onze blote zomerknieën liepen we de buizen na, die met het blote oog te volgen waren. De kruipruimte werd geopend en met een zaklamp speurden we de ondergrondse gewelven naarstig af naar de loop van het riool. Het was een spannende en avontuurlijke onderneming. Het lied van ‘Onder moeders paraplu’ was de binnenkomer geweest en al gauw waren we ingewijd in de effecten van kletsen, klateren, druppelen, gieten, sproeien, gorgelen, tikken en meer van dat soort dingen waar een heleboel waterdruppels bij elkaar zich voor lenen. Natuurlijk moest een en ander proefondervindelijk ervaren worden. Ik had zes doorzichtige paraplu’s op de kop getikt voor een habbekrats.

Onder hilarische bewondering werden de diverse vormen uitgeprobeerd. Een hogedrukspuit kletterde met verve op de plastic kappen, een gieter gieterde haar vaardigheden er lustig op  los, hoeveel druppels gaan er in een milliliter, met een pipet was klusje zo geklaard. Hoe zachtjes tikt de regen. Onder begeleiding van Rob de Nijs orgelde de plantenspuit het waterconcert mee. Met glimmende regenlaarzen dansten ze een waterballet,  waar Gene Kelly niet in had misstaan. ‘Ik zing in de regen, ik zing in de regen, wat heerlijk is dit en ach, niemand houdt me tegen…'(op de bekende wijs). Daar hadden we de paraplu’s ook voor nodig. Met Acrylverf maakten de kinderen er hun hele eigen versie van waterpret van en het resultaat was verbluffend, vertederend op het podium en ontroerend.

Paraplu’s in Stadskanaal, Willem Caspers

Terwijl ik wacht op de ergometrie, pen ik deze associatie met mijn eigen juffrouw Ank haastig neer. Zonde om aan deze paraplu met mooie herinneringen voorbij te gaan. Straks zit ik op de fiets, waar officieel een looptest was afgesproken, omdat het voor de COPDer in mij moeizamer zou zijn. Hokjes dus. Luisteren naar kleine Janneke is nog een dingetje, daar in Cardioland. Ik fiets mijn longen uit mijn lijf. Hartslag en bloeddruk zijn laag. Een nieuw probleem doemt op. Hoe verhouden medicijnen zich tot elkaar. Daar had juf Ank ook al over gerept. Mijn medicijnencocktails voor hart en longen bevatten elkaars antagonisten. De oorzaak van deze nieuwe ellende wellicht, maar voor nu is het welletjes. Buiten schijnt de zon. Even geen paraplu meer nodig.

Uncategorized

Leed is betrekkelijk

Daar stonden we dan. Onze blikken wisselden werelden van verdriet en leed uit, met die vleug van levensdrang, die zo nodig is om te allen tijde op de rit te blijven.. Daarnet was ik nog naarstig op zoek geweest naar de pesto en was aan het dubben tussen dat of de pimentpasta. Nog voor ik de keuze had kunnen maken, schoot ze me aan. Het ene moment hangt de wereld nog van kleine beslommeringen aan elkaar en het volgende moment sta je met dat levensgrote wereldvraagstuk in je armen. Hoe vertrouw je straks  weer op eigen kracht dat lijf, dat je zo buitensporig in de steek gelaten heeft.

308

Mijn problemen waren kiezels vergeleken met die van haar, dacht ik. Oneffenheden in de borst ontdekt, aan de bel getrokken en nu al geopereerd. Een halve heelheid, die het vuur in haar ogen niet had geblust. Ik had er drie nachten slapeloosheid op zitten, waarschijnlijk door een reactie op de medicijnen. Per vandaag werden die omgezet in een ander nog uit het hoofd te leren begrip. De angst bleef zweven rond de onzekere factor en het betere giswerk. Stel je voor, dat het nu niet….of dat de stent aan het wandelen was gegaan. Was dat überhaupt mogelijk. Waar kwam die diffuse hoofdpijn vandaan, gek voor iemand die dat nooit heeft, de hartkloppingen, dat cardiogezwabber midden in de nacht.

Haar dochter was erbij en wierp zich op als haar moeders hoeder. Een maand daarvoor hadden haar moeder en ik elkaar omhelsd in een weerzien na jaren tussen dezelfde schappen. De afspraak stond om elkaar te bellen in de lente als tuinen ontwaken in groei en bloei, met plannen om het zevenblad en ander biologisch om te buigen onkruid ter consumptie te gelde te maken. Nu viel er even niet zo veel meer om te denken, omdat de naakte feiten klip en klaar op ons bord lagen. Een falend hart en een succesvolle tumor. We moesten op wilskracht de doem ombuigen in mogelijkheden voor een beloftevolle toekomst in het onpeilbare verschiet. Ze zag er prachtig en uitgerust uit, tikje mager in het gezicht. in de zachte omlijsting van haar witte mohair sjaal.

 Richard Westall, Het zwaard van Damocles, 1812

Dochter luisterde, afzijdig maar nauwlettend, ze hoorde elk woord. Wat is de overeenkomst tussen twee gebutste zielen. De herkenning met name. Ons kent ons. Mijn moeder zou zeggen: Elk huisje heeft haar kruisje. Eerst dacht ik ‘Elke gek heeft zijn gebrek’, maar die vlag dekte deze lading niet. Dat was immers een, door genen, drank of drugs, gestuurde waarheid. Het kruis kwam ongevraagd en onbedoeld, een zwaard van Damocles dat neerdaalde.

Filosofie tussen de winkelschappen, kom daar maar eens om. Het meeste leed wordt tussen neus en lippen door verkondigd en vindt vaker haar weg tussen de specerijen of het blik. De boodschap ketste even terug, als een pingpongbal, tegen de potten met Basilicum sauzen voor de pasta en de plastic emmertjes saté saus. Het hart onder de riem voor ons beiden was bij het afscheid de glimlachende belofte aan elkaar dat we straks op onze knieën het onkruid, dat ons leven binnen kwam, tot in de kleinste vezels minutieus zullen uitroeien en weg verlangen.

 

We omhelzen elkaar, zij met haar chemo in het verschiet en ik met mijn batterij aan bloedverdunners en bloeddrukverlagers. Tot gauw en tot later, als het leven weer groeit en bloeit. Haar dochter van dertien lacht me toe. Nog een heel leven te gaan.  Al het leed is betrekkelijk, als je het vergelijkt met dat van een ander.

Uncategorized

Alweer een nieuw begin

Als het nieuws slechts met flarden binnen komt waaien, omdat ik niet iedere dag meer met de auto op een vast tijdstip weg moet en dan ook de lokale radio niet meer hoor, mis je ongemerkt veel van dat alledaagse bestaan. Zo kwam ik vanmiddag om een uur of drie buiten en kwam tot de ontdekking dat ze een van de drie imposante bomen hierachter hadden omgezaagd, Twee kastanjes stonden er nog, maar ik vrees ook voor een van hen. De omgehakte boom was een lievelingsboom, omdat haar verschijning, buiten haar rode herfstpracht en de vlinderlichte zomerbladeren,  herinneringen omlijsten, die zonder moeite in het voorbij gaan, aan kwamen waaien. Minimaal twee keer per dag fluisterde ik een diepe gedachte terug.

De schrik was dan ook groot. Op de plek waar ooit de Acer in haar volle glorie stond, wortelde slechts een, tot een paar centimeter boven de grond afgezaagde stomp. Te laag om er een alternatieve denkplek van te maken, te kort afgezaagd om het om te vormen tot een overpeinzingsmonument. De kandelabbers er naast ritselden wat bedeesd met hun kale takken toen ik, zichtbaar aangeslagen, het kille scherp gesneden vlak aanschouwde. Net nog het symbool van vriendin lief, dat betekenis aan deze schoonheid had gegeven en nu niet anders dan een abrupte koude plek, Vasalis noemde het al ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’.

In huis staat geen altaartje voor mijn dolende zielen, maar in de boekenkast op de slaapkamer, ‘alleen tussen mijn boeken wil ik wonen’, als variatie op een thema, staat ze glimlachend het wat chaotische leven gade te slaan. Ik hoef maar peinzend naar haar afbeelding te staren en de ingevingen komen zich ruimschoots aandienen. Het kleine witte vredesduifje met een stokje door zijn borst, poetst haar zachte, wijze blik extra op, zoals Acer dat deed in de herfst, als zij met haar uitbundige rode gloeien een ode bracht aan de goedheid en wijze kracht. Een gelijkgestemde ziel, die ware vriendschap duidde.

Het was een bijzondere en wonderlijk beleving in dat laatste jaar voor haar dood, als ik het statige oude herenhuis in ging en ze me ontving in de mooie herkenbare keuken. Daar had de tijd stil gestaan met de granieten aanrecht en de art deco tegels, de houten kastjes en de blik, ooghoogte, op de benen van argeloze voorbijgangers. Een huis met een souterrain en de warme gezelligheid van pruttelende koffie. In vele andere toonaarden verstilde daar het leven. De hoge ramen, de krakende vloer, de prachtige stenen objecten van een bevriende beeldhouwer, volmaakt in hun vorm.

1218

Eerst kropen we dicht bij elkaar op de bank, angsten delen. Loslaten op hoog niveau, want hoe nu verder met zoon en man in de leegte, die ze achterliet. Komt tijd, komt raad. Een zucht en stil verdriet om wat er nog te missen viel.  De thee was troost en warm, daarna de wandeling, het kuieren, ja toen ook, ze kon geen stap meer harder met het uitgeteerde lijf. Een zonnestraal, een maagdelijke zwaan, de roodborst boven de koude grond in het struweel. Het waren haar juwelen naar de oneindigheid, die straks te wachten stond. Eerst sneerde de tumor met een sluipend bijten en trekken, dan met een laffe valse overrompelende triomf. Toen ik haar vaarwel wenste, stond die grauwe zeismaaier al aan haar voeteneind en wachtte met het geduld der eeuwigheid. Hij had de tijd.

Ik ben voorgoed mijn Acer kwijt, verdoofd en wat ontheemd, teer ik op en in. Alweer een nieuw begin.

 

Uncategorized

Ik ben er klaar voor

‘Kip ik heb je’, zou mijn moeder zeggen. Na de zoveelste nachtelijke woelpartij met een  hoofd, dat maar niet stopt met denken, ben ik er achter, waarom slaap ten enenmale verre van mij blijft, terwijl het toch de hoogste tijd is.  Het is eigenlijk zo simpel als wat, maar ik was er bij lange na nog niet opgekomen, ware het niet dat ik de focus wilde verleggen van lijf naar totaal andere algoritmes.

In de slapeloze nacht ligt de focus altijd op het hart, alsof van binnen met argusogen gelet wordt op ritme, pijn, druk en alles wat een hart maar uit het evenwicht zou kunnen brengen. Met andere woorden het hart zwelgt tot oneindige hoogte. Het feit dat ik er voortdurend tijd en aandacht aan kan geven, komt doordat ik eenvoudigweg niet moe genoeg ben. Let wel, sinds mijn nadagen, het leven is tegenwoordig opgedeeld in voordagen en nadagen, ben ik oneindig moe. Intens zwaar in hoofd en bot en spier, maar dat is de weefselkant van mij. Die andere kant, de prikkelzoekende, de ontvankelijke, de associërende, de creatieve, de scheppende krijgt te weinig uitdagende voeding. Ik mag niet meer dan één wandelingetje maken per dag.

002

Stiekem snoep ik er kilometers bij door het spanningsveld met vernieuwing uit te breiden en wegen te bewandelen die niet alledaags zijn of door bezoek te ontvangen, meer dan ik mijn hele leven hier thuis ontvangen heb, maar de dorst naar ervaring en verwondering is daar niet mee te lessen. Ik kom te kort. Laptop en televisie zijn bliksemafleiders, even als mijn tijdschriften en kranten, ja zelfs een online blikopener als tekencursus op de bank uit te voeren is niet voldoende. Ze halen het niet met de interactie die een schoolleven opwerpt of het tussen de andere mensen zijn.

Vanmiddag voelde ik heel sterk de behoefte om zomaar alleen ergens in een restaurantje neer te strijken, dagboek in de aanslag, om deze dorst te lessen. Je zou zeggen, dat er prikkels genoeg zijn, maar toch…Even heerlijk brainstormen om een project vorm te geven, het verhaal te verzinnen, een pakkende openingsscène te bedenken. De hilariteit met de voorpret en daarna de deadline, die koortsachtig decorstukken en kleding bij elkaar laat zoeken, gedichten, verhalen, liedjes, het hele scala aan vindingrijkheid aanspreekt en openbreekt. Op die toppen wil ik voort en dan weet ik, dat ik daarna moe genoeg ben om te stoppen met alleen maar lijfelijke lamgeslagenheid en een onrustig woelen. Dat is het wezenlijke verschil tussen een tredmolen die een uitputtingsslag teweeg brengt of het ervaren en ontdekken van ongekende mogelijkheden.

050

Mijn voedingsbodem voor een creatieve geest is te abrupt onder me weggeslagen. Ik was  aan het afbouwen, maar de snelheid waarmee het nu geslecht werd, sloeg een gat. Van 200 % actie naar 20 % actie is letterlijk een aderlating, waar mijn liefdevolle mensenhart te kort werd gedaan. Die kransslagader mag dan wel gerepareerd zijn, maar er is een hoeveelheid aan stopborden geplaatst, die vooralsnog te belemmerend werken om in een verkwikkende slaap te vallen.

Ik was al naarstig op zoek naar iets anders, naast het schilderen wat te inspannend bleek en het schrijven waar de concentratie  en de discipline voor ontbrak en had reeds breipennen en wol aangeschaft. Gelukkig handhaaft zich mijn uitlaatklep bij uitstek voor de dolende gedachten die zich iedere dag trouw aandient, tegenwoordig vaker ‘s nachts dus.

Met deze verhelderende gedachte kan ik leven, want daar valt aan te tornen. Als ik niet naar het proces kan, haal ik het proces wel in huis. Om het even hoe. Komt tijd, komt raad. Voor nu, lekker slapen en de geest scherpen. Ik ben er klaar voor.

 

Uncategorized

Wie dan leeft, wie dan zorgt

De straten  buiten glanzen stil in hun verregende asfalt. Het lantaarnlicht geeft er een sprookjesachtige, bijna feeërieke sfeer aan. Af en toe trekken groepjes fietsers langs. Ze hebben grotere silhouetten dan te doen gebruikelijk. Soms ontwaar ik vreemde staketsels, die potsierlijk uitsteken. Het is carnaval en tout feestvierend Nieuwegein trekt vanuit Apestad weer huiswaarts. Hun stemmen klinken opgewonden en schel door drank en plezier, ze buigen zich naar elkaar toe met fiets en al of rijden, achterom kijkend, hun ervaringen uit te wisselen. Vaker nog klinkt er gelach en een tegen elkaar opbieden van sterke verhalen in overtreffende trap. Mijn huis ligt halverwege de route, dus er valt nog veel aan kou, regen en wind te trotseren. Dan kan je beter maar tot vrolijke afleiding overgaan.

De verhalen in mijn hoofd zijn ook gewekt. Ze dwarrelen rond op het toenemende ruisen van de wind door de kier van het rooster. Een gaat, loepzuiver, over een bezoek aan een kledingzaak in Lauwersoog. De trap naar het opkamertje boven, de dure, maar o zo prachtige wollen stof van mantels en jurken, de tassen in de aardetinten, de prijskaartjes die maken dat alleen de vingers verlangend over de stof strijken, maar daarna de pas versnellen. Geen winkel voor ons.

carlijn mensCarlijn Mens

Er is er een die aan mijn moeders slapeloze nachten linkt, mee piekert met haar woelen als ze de pendule van de buren drie uur hoort slaan en zich weer zuchtend omdraait. Ik heb haar slaappatroon geërfd en het is niet altijd onverdeeld even geruststellend.

Weer een ander houdt vooral vast aan de waarde van het cholesterol, die bij het laatste bezoek in mijn bloed gemeten is en gedaald is tot een.  Na samenspraak met de cardioloog werd de cholesterolverlagende tablet van 40 naar 20 milligram terug geschroefd. De lekenarts in mij zegt: ‘Stop maar helemaal met die Atovastatine, want lager dan dit kan bijna niet.’ Wat is de reden van de halvering. Genoeg te piekeren in een nachtelijk uur.

De volgende dient zich aan als een door Facebook aangehaalde herinnering uit het recente verleden, waarbij ik de kinderen zie, die aan het lezen zijn in een prentenboek om de grote tafel. Voortdurend wappert er een tussen uit om het uitgelezen oude boek te ruilen voor een nieuw exemplaar. Opgewonden vertellen ze elkaar de wondere wereld van de magie, laten platen zien, verzinnen verhalen erom heen. Aandachtig volgen ze elkaar of verliezen zich volkomen in het boek. Hier en daar wordt een moeilijk begrip uitgelegd terwijl ze over de tafel heen hangen en het hoofd steunen met een hand. Ze kijken me vol vertrouwen aan, een glimlach en een kwinkslag.

089

Daarna kom ik uit bij de schilderlessen van Koen op de verdwaalde zondagen, waarbij ik moet lachen om zijn staccato aanwijzingen, die ik tegelijkertijd wel braaf opvolg. We tackeren de enorme doeken in de muur en eindelijk durf ik de behouden afmetingen te laten varen. De rol linnen staat nu vooralsnog roerloos en zwijgend in een hoek van de kamer verwijten uit te stralen om het onmachtige dwaze lijf, dat niet meer uit de voeten kon.

Ook deze nacht niet. Drie stappen vooruit en een achteruit. Vannacht is het zo’n achterwaartse tred met benauwdheid en onrust in het hoofd. De dwarrelende stukjes sluiten zich, zodra ze in flarden zijn uitgeschreven, weer op achter hun gedachtedeuren. Voor even tevreden gesteld, omdat ze al wel genoemd zijn. Lijf weet niet helemaal zeker wat er woedt. Is het een beginnende griep door zoonlief vandaag verspreidt, of is het dat ‘een’dje Cholesterol dat langzaam in doemdenken de grootte heeft gekregen van een zwaan. Is het een simpele verkoudheid die zich op werpt of de longen die parten spelen. Mijn grijze lekenhersencellen verlangen naar een warme troostbak en ik geloof dat ik die eerst maar eens ga maken. Daarna zien ik en mijn doemdenkers wel weer verder. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

 

Uncategorized

Ze zijn goud waard

‘Dat is niet niks, wat jij de afgelopen tijd hebt meegemaakt’, de openhartige blik keek mij bemoedigend aan. ‘Wat een verhaal’. Het was de juiste sleutel in het gebutste slot, als het op de laatste ziekenhuiservaringen aankwam. Het was mijn moeders zalf op de wonde, zoet als honing, die de sluisdeuren zou open zetten. Ik leunde wat achterover, nam een makkelijke pose aan en stak van wal. Wat een verademing om, buiten mijn meesterlijke huisarts om, nog ergens in dit ziekenhuis mijn ei te mogen leggen. een ei vol ongeloof en opgelopen barsten en een luisterend oor te vinden. Een moederkloek in de gedaante van de cardiologie-verpleegkundige, onder wiens vleugels ik me beschermd en veilig voelde. Ik mocht alles kwijt. Met opgelucht gemoed stond ik ruim vijftig minuten later weer buiten. Wat een engel van begrip.

ziekenhuis

Een andere fijne bijkomstigheid was dat ze de computer naar me toe draaide en alles wat er over mij aan dossier bestond, kon laten zien. De Stent, het hart, de bloedwaarden, de werking van de medicijnen erop, waarbij ze afwegingen maakte van wat goed zou zijn en wat kwaad zou kunnen. Beredeneerd giswerk op hoog niveau met een onderbouwde mening. Het voelde zo weldadig aan. Ineens behoorde de hele ervaring vanaf die schrikwekkende tweede kerstdag weer aan mij toe en aan niemand anders. Daarvoor leek het alsof me de regie was ontzegd over mijn eigen herstel en genezingsproces. Doktoren en assistenten, ECG en Echo-uitvoerders, pillen verstrekkende verpleegkundigen, nachtbrakers waren allemaal langs mijn eigen kleine ziel gelopen die verschrompelde tot het lied der onzichtbaarheid. ‘Zeg maar niets meer’, na diverse pogingen, waarbij nul op rekest was verkregen.

humor hartslag

Werkdruk, onhandigheid, verlegenheid met de situatie, aan alles was alleen de onvolprezen Ricardo op de hartbewaking vanaf het begin de wellevendheid ontstegen en grapte en grolde me een weg door de onzekerheid heen als mens van vlees en bloed. Dat was de strohalm waar ik me bij alle drie de opnames aan vast kon klampen, ook al was het maar voor even.

monitor

Het is een kunst op zich als je in staat bent te luisteren en het is nog wijzer te luisteren tussen de regels door, omdat iemand die aangedaan is nooit met de hele ziel en zaligheid naar buiten zal treden. De angst om weer een geopperd argument weggewuifd te zien worden is groter dan de moed om de opmerking te plaatsen. Liever slik je het in, bang om de kous op je kop te krijgen in een argeloze opmerking dat het reuze mee valt. Stel je voor. Als kwetsbare patiënt met een hoofd vol heen en weer schietende gedachten, voorbij snellende angsthazen, beren op de weg, is elke relativerende opmerking een muur die geplaatst wordt en waar het angstige hijgende hert in zijn ontsnappingspoging hard tegen aan stoot met zijn of haar kop. Leer mij de wereld van de patiënt kennen nu ik er een kort maar heftig loopje mee genomen heb.

023Engelen van begrip

Het is heerlijk om familie en vriendinnen en vrienden te hebben die meedrijven op mijn verontwaardiging en die me inbedden in mijn eigen meewarigheid, er nog eens een schepje bovenop doen, zodat ik mij even kan wentelen en keren. Daarna pak ik zelf de draad weer dapper op. Nu helemaal, met het hart onder de riem van mijn eigen pleegzuster Bloedwijn. Zalvende heelmeesters maken stinkende wonden maar begripvolle pleegzusters helen met een luisterend oor. Ze zijn goud waard.