Uncategorized

Los van banden

Het was even zoeken, maar ik vond het wel. NPO1, geen idee wat het was, nooit opgezocht.  In een oogwenk glimpt het kanaalnummer op en dat registreer ik met zorgvuldigheid. De Engelsen zeggen het zo mooi: Throwback in time. Met een grote zwaai stond ik met beide benen in de jaren tachtig. Het riedeltje aan intro, vertrouwd en een beetje vergeten, de vredige wegen in een Engels dorp met de voortuinen en de bloemen, een enkele oude auto die voorbij kwam en het wiebelende hoofd van Mrs. Marple. Niet die barse grote, maar de breekbare met het porseleinen hoofd en dat eeuwige hoedje op.

030Joan Hickson als Miss Marple

Programma’s en boeken van vroeger, op de nominatie om herhaald te worden, omdat ergens in het achterhoofd de hunkering bestaat naar een langzaam leven. Ik heb een lieve jonge vriendin die haar blog zo heeft genoemd. Langzaam leven. Ze kan niet sneller omdat ze een luchtwegaandoening heeft. Misschien klopt het wel en is dat wat er voor zorgt dat het trager gaat. Aangedane longen geven de garantie op een langzame voortgang. Dat ondervind ik dagelijks aan den lijve.

016

De hang naar die traagheid van het bestaan zoek ik achter mij in de jaren die voorbij gegleden zijn. Het schrijven van brieven, de oproep op facebook, kwam op het juiste moment. Schrijven is letterlijk stilstaan. Je gaat zitten, trekt een nieuw vel papier te voorschijn. De zwarte fineliner in de aanslag, de woorden die zich ontspinnen die de weg slaan naar het verhaal, iets om te vertellen, te delen en om bij stil te staan, erop te blijven hangen. Traag als dikke stroop glijden de letters op het witte vel.

Ontjachten. Is dat een woord. Ik ben aan het ontjachten. Daar gaat tijd overheen. Het duurt nu al een half jaar. Waar ik in aanvang teveel hooi op de vork nam,  om snel verloren tijd te kunnen inhalen, daalt nu de rust neer. De dag begint met trage pas, de gieter voor de planten, de koffie, de kwark en de batterij pillen. Daarna het schrijven. Nee, de blog gewoon met een toetsenbord onder de handen. Daar vallen woorden samen, zoeken dichterlijke spinsels een weg, terwijl de boom voor het raam de nostalgische filosoof in mij zoekt, samen met de merel en de duif. Soms verstoord door de metalen geluiden van een vrachtwagentje dat aan het lossen is, beneden mij en de langs zoevende auto’s.

327

Ik zocht naar compensatie voor wat ik verlies achtte. Niets is minder waar. Het is geen leemte, maar pure winst als je ontdekt dat de traagheid meerwaarde heeft. Het heilige moeten ontrafelt tot nul. ‘Niets moet en alles mag’, zongen we elkaar toe als regel bij een van de onbegrensde spelletjes. Zo voelt het. Bevrijdt tot in elke vezel. Ondanks de, of misschien wel juist dankzij de, lichamelijke klachten. Als de vanzelfsprekendheid op de loop gaat, worden de haalbare activiteiten des te waardevoller.

Omgaan met iets dat er nooit was, de vanzelfsprekendheid heeft zevenmijlslaarzen aan getrokken. Spierziekten, kanker, longaandoeningen, hartfalen zorgen voor vrije worstelaars in de ruimte. Ze zoeken hun eigen wegen en er is er geen hetzelfde.

Mijn voorland rijdt voorbij. Een mevrouw met een scootmobiel. Ze kijkt monter om zich heen, slangetjes in haar neus, de haren wapperen door de wind, de vaart zit er aardig in. Dat wil ik. De vaart erin. Voorlopig ben ik mijlen veraf van die toekomst, dat tevens de wil tot vertragen verklaard. Op alle fronten ga ik het aan, maar altijd met wapperende haren in de wind. De vrije geest, los van alle banden.

 

Advertisements
Uncategorized

Al zou ik er bijna in gaan geloven

Terwijl het leven buiten door raast, vertraagt het binnen mateloos. Lijzig kruipen de seconden het uurwerk uit en spreiden zich als een ‘Never ending story’ om me heen, als in een werk van Dali. De muren komen angstaanjagend dichterbij. Het balkon en de kamer heb ik al honderd keer uitgetekend. Ik moet even iemand zien. Dan maar met de de Kleine Blauwe Prins naar de kringloop aan de Nedereindse weg. Even door de rekken heen en laven met de oren open naar verhalen van anderen, mensen zien, huis-tuin-en keuken avonturen meebeleven, de wereld door de bril van toevallige passanten. Alles is beter dan de stilte van het huis

.009Dali: De volharding, detail.

De vingers wandelen over de hangers, blijven hier en daar rusten als de ogen vorsend een kledingstuk willen bekijken. De tassen trekken aandacht. Een ervan wil ik wel. In ieder geval iets. De prullaria schiet aan mijn oog voorbij. Kopjes, schalen, theepotten, glazen. Aardewerk, glas, koper, zelfs tin. Wit, bruin, Annagroen, lavendel je kan het zo gek niet verzinnen, alles is netjes gesorteerd op kleur, hoekje rood, hoekje groen, hoekje geel, hoekje blauw. Leve het luxe overschot. Er staat een staande schildersezel, zal ik, wel nee, niet nodig, een ander misschien wel. Achter me drenst een Somalisch meisje. Ze pakt het glazen deksel van een dito schaal en wordt toegesproken door een zus, een nicht, de moeder loopt verderop. Met een zwaai belandt de kleine in de kinderwagen, krijsend. Ze wordt vastgesnoerd en ergens wordt er een zak cornuco opgeduikeld, die ze tussen de twee vuisten geklemd krijgt. Stilte daalt neder, alleen het gekraak van de zak en het vermalen  van de kleine gele wormpjes valt te beluisteren. Moeder en zus zoeken verder. De wandelwagen met kind blijft verloren in de ruimte staan.

007De tas

Tussen het antiek iets verderop, waar nostalgie als een deken ligt uitgespreid tussen de kabinetten en de singer naaimachines ligt een schaal met oude ansichtkaarten. Het wekt nieuwsgierigheid en kriebelt de voyeur los. Als ik de beeltenissen omdraai zie ik de geadresseerde. Aan Dien Roelands, aan oma, aan D. Roelands. Als afzender staat er bij sommige ‘Van Chiel’, dat is grappig, zo schrijf ik de naam van mijn oudste zoon ook.  Ik dwaal verder, langs het speelgoed, de kettingen en oorbellen. Met de tas als buit reken ik af, vier hele euro’s armer en een uurtje vertier rijker. Na de boodschappen verdwijn ik weer naar mijn vesting. In de brievenbus ligt een brief met een vreemd handschrift. Weer een van de zomerbrievenschrijvers. Leuk. Met de nieuwe opleving in de hand start ik eerst de te nemen uitdaging, vier trappen hoog. Het overtuigd me, dat ik er nog niet ben, al wil ik het denken.

0051.jpgDe ontvangen kaart

Op de bank met een karnemelk als lafenis open ik de envelop. Daar rolt een brief uit van zes kantjes op lijntjespapier en een samengevouwen frommeltje. Bij het openmaken blijkt het een ansichtkaart te zijn van IJsland-pony’s. Ik draai hem om. ‘Aan de heer en mevrouw J. Roelands en de kinderen.’ Hier valt elk gevoel van realiteit in duigen en stapelen de raadsels zich op. De briefschrijver heeft met dezelfde kaarten, uit de schaal in de kringloop, in haar handen gestaan. In mijn kringloop, vlakbij, ze komt uit de buurt. De Sherlock Holmes in mij zoekt naarstig naar het adres. Het blijkt in IJsselstein te zijn. Hoe toevallig dat de schaal met kaarten mijn aandacht trok en ik de achterkant ervan bekeken heb. Het verhaal in de brief is geïnspireerd op de kaart van de Fitjamijri Hoeve in Epe.

008.jpg de zwart-witten

Ik rijd terug naar de kringloop, duikel de zwart-witten uit de schaal omhoog en vertrek weer met de buit. Daarmee start de speurtocht, die mijn eenzame zieke zelf uit de diepte omhoog trekt. Op internet kom ik iemand tegen, die onderzoek heeft gedaan naar de familie Faber en die vertelt dat ze naar Canada zijn geëmigreerd. Dat had mijn briefschrijfster ook al ontdekt uit de andere kaarten. Er blijkt daar een florerende Fitjamijri Farm te bestaan. Ik duik in de verhalen. Voor ik het weet ligt de dag achter me.

De wereld is klein en toeval bestaat niet, al zou ik er bijna in gaan geloven.

 

Uncategorized

Voor elkaar

Het is prachtig om te zien hoe een gedachtewisseling kan uitmonden in actie. Een paar dagen geleden nog had ik het over de nostalgie van het brieven schrijven. Dat was naar aanleiding van een verzoek van mijn lieve vriendin Emmy Reichgelt, die op FB een oproep deed aan mensen die zin hadden om deze zomer wat brieven te schrijven en te ontvangen. Al gauw had ze de club van 25 bij elkaar. Gisteren was er de ontdekking, waarom mensen zijn gestopt met schrijven. Het kost tijd. Tijd, die er in deze vluchtige wereld nauwelijks meer is. Ze is gevuld met nutteloze bezigheden als het checken van belangrijkheid. Word ik gezien, gehoord, gelezen. Elk resultaat hangt in de tabellen. Een leven in ranking, vinken op het vinkentouw, gemuts. Tijd kan je maken.

buren.jpgMussen op het vinkentouw

Na mijn brief aan de eerste van mijn groep, het broddellapje, vier kantjes vol geschreven, meen ik me te herinneren, volgde gisteren de tweede schrijfsessie. Er was iets kostbaars gebeurd. Als kleinoden druppelden drie kaarten binnen van mensen die niet tot het desbetreffende schrijversclub hoorden. Het waren wildschrijvers van FB en twitter, die via de blog mijn liefde en de nostalgie voor de brieven hadden herkend en de nood hadden gelenigd door liefdevolle aandacht op te sturen in de vorm van een mooie en zorgvuldig gekozen kaart met een kleine boodschap erin. Ik was verguld.  Het voelde zo warm aan.

Gisteren installeerde ik me om ‘n uur of een achter de keukentafel. De lijm, aquarelverf, penselen, het water, wat oude tijdschriften, schaar en stiften stonden in de aanslag. Drie uur later dook ik weer op uit de onderdompeling in creativiteit. Van een afstandje lachten de tekeningen me tegemoet. Prachtig eigenhands briefpapier en met elke volgende brief werd het uitbundiger. De drang tot scheppen was los. De oude tijdschriften bleven heel. Tekenen wilde ik en schetsen met woorden. Geen enkel moment zat ik verlegen om een verhaal. Het vertelde zich vanzelf. Het was heerlijk om te doen. Toen ik dan ook uiteindelijk drie dikke enveloppen door de grote rode bus liet glijden kon niet alleen de drang tot versturen zich daar aan laven, maar ook het idee dat er een daad was verricht. Het gaf een goed gevoel mensen, een klop op mijn eigen schouder, een compliment aan mezelf. Ik was voldaan.

005

In deze hectische maatschappij stond daar iemand met beide benen op de grond volmaakt gelukkig te zijn om een eenvoudige, doeltreffende handeling. Bewust aandacht schenken aan een ander in een persoonlijke noot. Misschien is mijn aan huis gekluisterde week debet aan de euforie en vinden jullie het niet bijzonder, maar hoe intens overviel me die gedachte.

Voldaan, vervuld van, vol zijn, tevreden. ‘Geen wensen meer hebben’, lees ik op een van de vele sites met verklaringen. Die klopt niet helemaal. Want het heeft iets losgemaakt. De drang om vaker aan die behoefte van schrijven en verrassen gehoor te geven. Dat is de boodschap die ik ontvang van de ouderwetse rode bus. Verbeeld ik het me, of staat ze daar te bellefleuren na ontvangst van de enveloppen en schittert ze in de glorie omdat haar oude waarden opnieuw worden geschat.

Het geeft alleen maar winnaars, zoveel is duidelijk. Als ik terugwandel naar huis, over de dorre grasrand langs de zoevende auto’s en de deur in het slot steek van de flat, kan ik het niet laten de brievenbus te checken. (waar ken ik dat toch van, even checken).

ER LIGT EEN ENVELOP IN.

0061.jpg

Warm en  handgeschreven is er een prachtige kaart, die geurt naar Irissen en Monet van een lieve FB-vriend. Dát is het nuttige met het aangename verenigen. Ik kan weer aan het werk, ter meerdere eer en glorie van ons allen. Aandacht, warme aandacht voor elkaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voldaan, ld van, vol zijn, tevreden. Geen wensen meer hebben, lees ik op een van de vle sites met verklaringen. Die klopt niet helemaal. Want het heeft iets losgemaakt. De drang om vaker aan die behoefte ban schrijven en verrassen gehoor te geven

 

Uncategorized

En dan…

Nu kan ik eindelijk vertellen, waarom het zo spijtig was dat de bacterie mij uitgerekend maandag had geveld. Het begon al op zondag, tijdens de escapades naar de tuin in de vroege ochtend en twintig gieters uit de sloot, met daarna het bezoek aan de tentoonstelling: Jan Taminiau: Reflections. Ergens in het hoofd hadden ze me al te pakken. Ik merkte het aan het feit, dat ik geen zin had om in verbinding te gaan met de mensen om me heen. ‘Laat me maar even betijen’, adviseerde mijn moeder vroeger, als ze ergens van bij moest komen. Precies. Betijen, het enige juiste woord.

077

Maandag trok mijn dochter naar het Antonius voor een Sectio Caesariae om haar derde zoon geboren te laten worden. De twee oudsten zijn in Parijs geboren. Nu bleek ze verder weg dan die vijf uur scheurijzer in de kleine blauwe Prins, die er voor zorgden dat ik op tijd in de recovery kon zijn. Niets van dat alles. Het Antonius, op een steenworp afstand, bleek mijl op zeven, een brug te ver. In mijn hoofd beviel ik die ochtend van mijn eigen vijf in heldere beelden en schrijnde het verleden.

naomi in frankrijk

Het moment dat je je dochter in de armen kan sluiten na het geven van leven is een van die meest intense belevingen. Ze gaat over alle grenzen heen. In één omarming overbrug je de tijd van je eigen geboorte tot de eeuwigheid en terug. Alles wat ooit geschreven is wordt bewaarheid, Bijbelse teksten dansen er door heen. Vlees van jouw vlees, het doorgeven van het leven, in de naam van de vader, in ons geval een belangwekkende betekenis, hoedster, voedster. Ons kent ons. Liefdevol sluit je in, wat betekenis geeft aan het leven op dat tijdstip. Hereniging, vereniging, bezegeling van het bestaan.

Ik had mijn eerste bevalling achter de rug van haar, mijn oudste. We schrijven 1980. Het Antonius lag nog aan de Jan van Scorelstraat. De laatste twee maanden van de zwangerschap had ik in een herenhuis aan de Biltstraat het welbevinden van mijn uitdijende buik laten checken door een oude gynaecoloog met kolenschoppen van handen en een norse blik. Hij had niets met betrokkenheid en begrip te maken, verre van dat. Ik wist niet anders of oude artsen konden zo zijn. De baby lag in stuit, daarom moest ik er heen. Eerst had ik een vrolijke zachte ronde dame bij het Wilhelminapark. Niets aan te doen. Ik was onervaren en de nurks een expert.

naomi en andre

Dat een eerste bevalling kon uitmonden in een volkomen stuit, ingeleid door een weeënstorm, met een gynaecoloog die net naar huis was gegaan en een onervaren verpleegkundige was tot daar aan toe. Het ging allemaal zo snel. Daarna bibberden zich alle spieren  een nacht lang in de oerstand. Het stopte niet meer. Alles wat ik had aan willekeurige en onwillekeurige musculatuur deed mee. Het gezicht van mijn moeder om de deur van de slapeloze nacht, de volgende ochtend, lichtte op met een stralenkrans. Mijn verlosser. Samen huilden we de baby binnen.

Drie keer heb ik voor een ontlading mogen zorgen bij mijn eigen lieve dochters, maar nu bereiden de longen een nog groter verlangen voor. Nog even wachten tot ik weer boven de waterspiegel ben en dan…

Uncategorized

Nachtwende

Een van de boeken naast mijn bed heb ik vorig jaar gekregen bij het afscheid van mijn oudste kleuters op de Overkant. Het is de ‘Botanische revolutie’ met als subtitel: ‘De plantenleer van Charles Darwin’ en het is geschreven door Norbert Peeters. Iedere dag een verhaal uit dit boek blijft smullen, herhalen en smullen, herhalen en smullen. Er is geen moment van verveling bij of een gevoel van: Nou weet ik het wel. Zet het werk van Norbert Peeters naast het prachtige werk van Jolanda Schouten en zie hoe de wereld van plantenkennis en haar schoonheid in elkaar schuift.

134.jpg  jolanda schoutenJolanda Schouten

Mijn eerste tuin op de Westbroekse Binnenweg was van een oude tuinman, die met zorg zijn planten, bomen en struiken op kleur had gerangschikt. Een toef vruchtbomen die elkaar versterkten in de lente, een jonge rode Acer, die correspondeerde met de lichtere felrode ranke lelies in haar zichtlijn of de prachtige gloomy sfeer, die de Hosta’s opriepen afgewisseld met de bonte rij Hortensia’s voor het raam van mijn kleine huis. Aan de schaduwkant groeiden en bloeiden zijn wilde geraniums in alle maten en soorten en wisselden elkaar beleefd af in bloemenpracht.

Op de tuin daar kon je tot laat in de avond genieten van de rust en de stilte van het land.  Eerst waren er alleen de koeien die loom het gras uit de grond trokken met hun lange tong en me regelmatig kwamen begroeten met hun trage koeienblik over de sloot heen. Vanuit het weiland kwam de avond aan, daalde neer over het struweel en dompelde geleidelijk de tuin in diepe rust. Darwin en zijn zoon hadden voor de plantenslaap een prachtige naam verzonnen. Ze noemden het nyctitropie en later werd dit Nyctinastie. Het is afgeleid uit het Grieks van Nux en Tropein, nacht en wenden.  Onmiddellijk na het lezen van dit verschijnsel in de Botanische revolutie veroverde een woord haar plek in mijn brein. ‘Nachtwende’ noem ik vanaf nu de sluimerstand der planten.

img_8874.jpgBloeiende bermen

In Frankrijk maakte ik voor het eerst kennis met een verschil van dag en nacht in groei en bloei. Daar werd ik door de Oude opmerkzaam gemaakt op de Morgenster. In mijn vroege ochtendwandelingen als ik de berg opging langs de kleine landweggetjes met uitbundig bloeiende bermen, was er een stralende bloem die om het hardst om de aandacht streed en won met haar fiere, felgele krachtige uitstraling. De Morgenster ofwel ‘De tragopogon pratensis’.

135.jpgIllustratie uit de Botanische revolutie

Darwin en zijn zoon kwelden hun planten met insomnia, door ze uit de kas in de tuin te plaatsen, ze te prikken met spelden, stokjes en ze bewerken ze met kurk. Daardoor komen ze tot de ontdekking dat slapeloosheid bij planten tot dodelijke gevolgen kon leiden, maar er zaten haken en ogen aan hun bewering. Ze twijfelden op het laatst aan het idee of warmteverlies wel het uiteindelijke doel was van de slaapbeweging, zoals ze aanvankelijk dachten. De dagelijkse lichtwisseling lag meer voor de hand. Linnaeus zocht het in het ritme van de openings-en sluitingstijden van bloemen. Hij piekerde over een bloemenklok, de Horologium Florae

Hij heeft hem nooit aangelegd. Als hij het wel had gedaan was de dag begonnen met mijn Morgenster, die om vijf uur haar bloembladeren opengooit om de ochtendzon op volle sterkte te ontvangen. De ‘Morning glory’ de akkerwinde is de volgende om zes uur, de Japanse rimpelroos om zeven uur, de goudsbloem om acht uur enzovoort. Nooit op gelet. Alleen die ene werd me bijgebracht. Waar zou ik zijn en mijn kennis over Botanica zonder dit heerlijke boek vol wetenswaardigheden en onthullende geheimen.

133

Die Morgenster, de zonnebloem, alle bloemen die hun hart richten naar het licht, roepen gedichten op, zoals bij ene Otto Vaenius, die het volgende optekende in zijn Amorum emblata :

Altijd na mijn sonne/Der sonnen blom altijdt draeyt na der sonnen ganghen:/ Soo doet een minnaer oock, die na zijn lief hem wendt,/Daer hy  sijn hert en gheest, en sijn ghesicht na sendt/ Om haer altijdt te sien is meest al zijn verlanghen.

Het verlangen groeit iedere keer in balans naar het licht, het lief, de zon en de voorkeur voor een ochtendwandeling in het uur voor uur ontwaken na een verkwikkende nachtwende

Uncategorized

Erbarme dich

Bij het voetbal maken de regels het spel, zou je denken. Ik kijk al voetbal sinds mijn eigen lieve godenzonen met de bal aan de voeten over grassprieten dribbelden, die bijna kniehoog leken. Hier hoor ik Herman van Veen weer roepen: ‘Het gras groeit harder dan…’Ja, dan wat ook al weer, dat de bal rollen kan. De boodschap was helder.

Jarenlang stonden we als echtpaar samen aan de lijn tot hun grootste voorbeeld aller tijden, de terriër van het middenveld, ineens er tussen uit viel. Vanaf dat moment ging ik alleen. Uit en thuis. Ik heb alle amateurvelden in Nederland wel gezien. En ze klommen. Tweede klasse, eerste klasse, hoofdklasse, topklasse. Maar toppers waren ze al toen ze met de kleine voetjes over het hoog ogende gras dribbelden, mijn toppers, moeders toppers, onvoorwaardelijk en altijd in welke klasse dan ook.

Gisteren zag ik een wedstrijd waarbij moeders van waar dan ook met glimmende ogen hebben zitten kijken naar hun toppers. De ogen nat van tranen van trots of niet? Wat ik gisteren zag bij Colombia tegen Engeland had het voetbalniveau van een slechte amateurwedstrijd met af en toe een oprisping. De hele eerste helft voetbalde het team met de voeten, de ellebogen, de handen, de schouders, de heupen. Er werden rake en nare elleboogstoten uitgedeeld, er werd ostentatief op enkels(nee, niet alleen hakken) getrapt, die door de kracht wonderlijk ombogen en in een rare hoek kwamen te liggen. Bij ieder duel lag er één partij na afloop op de grond.

Ik had ineens zin om de Mattheuspassion op te zetten, ‘Erbarme dich’, mein Gott’ vrij door de ether te laten stromen als bevestiging van mijn eigen ongeloof. De tragedie van het voetbal, het diepste dal, van hieruit naar een nieuw besef. Daar hoopte ik op. Wat ik had gezien had niets meer met voetbal te maken en dat op dit niveau, waar onze volgende generatie godenzonen naar zouden kijken en een voorbeeld aan moesten nemen. Dit team vecht niet om de eer of het spel. Ze maken het spel kapot en daarmee hun geloofwaardigheid. Ze worden opgezweept door een duivelse oude man, die verbitterd en handen wringend langs de lijn loopt te tijgeren en de jongens opzweept tot ongekende hoogte in hoe diep je kan gaan. Zo voelde het in de stijgende verontwaardiging die over me heen spoelde bij het zien van al die schermutselingen.

Toen na een voetballende tweede helft de verlenging kwam, dacht ik alleen maar aan het einde van deze lijdensweg voor beide partijen. Met de penaltyreeks betrapte ik mezelf op het kruisen van de vingers. Engeland won de serie en er viel een last van mijn schouders. Nooit had dat dramatische, vrij worstelende Colombia nog verder mogen komen in een WK.

scannen0604 De jongens vooraan in zwart wit.

Ik ben geen voetbalvrouw, ik ben boven alles altijd de moeder geweest. Anders was ik ook een balletvrouw geworden. De kinderen genoten van hun hobby. Ik heb het geprobeerd. De bal van de voet te halen en er volksdanslaarzen voor in de plaats te schenken. Er hielp geen lieve vader of moedertje aan. De jongens zijn met de bal geboren, de balletschoenen hadden we in kunnen ruilen voor welke dansschoen dan ook. Flamengo, caractères, Opanken, het had niet uitgemaakt. Als ze maar mochten dansen, wegdansen op de muziek, zoals ik zelf ooit mocht. De schoenen voor de jongens hadden noppen. En noppen brachten plezier , het was genieten, een spelletje. Dat is het voor hen gebleven. Gisteren moeten er moeders geweest zijn, die een bittere nasmaak hadden, niet door het verliezen, maar door de daadkracht waarmee hun zonen de onmacht neersabelden, met maar een doel voor ogen. Winnen, ten koste van eigen eer en vaderland. ‘Erbarme dich’

 

Uncategorized

Tot het hoofd weer lichter wordt

Als ik naar mijn handen kijk op het witte dekbed, zie ik de handen van opa Driehuis. Hij was een lange slanke man. Als kind waren we graag in zijn buurt, want buiten zijn gemoedelijke aard, viel er ook altijd wel een duppie of een stuiver uit zijn portemonnee, recht in onze kleine knuisten. Zijn gezicht vlak bij het onze als hij zich voorover boog en een vinger tegen zijn mond hield. ‘Sssst, niet tegen oma zeggen hoor’ met een heimelijke knipoog erbij. Onze lippen waren verzegeld. Nooit zouden we die grote kindervriend verraden. Het liefst zat ik naast hem en trok dan aan de velletjes op zijn handen, waar grote blauwe aders onder liepen en zich als grillige riviertjes toonden. Nu zou een kleinkind hetzelfde kunnen doen met mijn handen. Dezelfde blauwe aderen, dunne huid, geen vet, veel ader. Je observeert wat af in een gedwongen periode van rust.

060-001.JPG Michaël Borremans

Nieuw is ook de pijn in de kaken. ‘Kakement’, zei men vroeger. Alsof dat lijf besloten heeft een geheel eigen leven te gaan leiden. Nou was ze daar al flink mee bezig, maar dit had ik niet zien aankomen en het tikt hard binnen. Iedere keer denk ik dat het meevalt, maar zodra er een handeling verricht is, stukje lopen, trap op, dan zijn het bergen van inspanning. Ik voel me die vrouw op het randje van haar bed waarbij alles steeds groter wordt. Hoe heet die reclame ook al weer…

Dat dus. Nieuw zijn ook een soort opvliegers, waarbij ik het eerst voortdurend koud heb en dan ineens vanuit mijn nekharen tot  op mijn kruin alles in lichterlaaie lijkt te staan. Wangen die rood aangloeien en gezond de wereld in glimmen, de hitte kruipt langzaam omlaag, koorts. Al jaren niet gehad. Zoonlief denkt dat ik het vergeten ben. Echt, koorts was al tijden niet meer de mijne. Ogen vallen weer dicht in het rozerood gesluimer, hoofd achterover op het kussen. Ontladen, te zwaar om zelfs geluiden van buiten te herleiden.

zomerbriefjesFoto: Emmy Reichgelt.

Straks ga ik een wandeling naar de brievenbus ondernemen. Dat is mijl op zeven want ze bestaat uit vier trappen. Af zal wel gaan, maar op. Er komen namelijk zomerbrieven aan. Zonnige zomerbrieven met de hand geschreven. Emmy Reichgelt nam het voortouw voor deze actie en 25 mensen nemen er aan deel. Dan betreur ik het wel, dat ik niet meer een deur heb, die bereikbaar is voor de postbode. Wat een heerlijk geluid was dat, als de brievenbus klepperde. Ooit, nog niet zo lang geleden, schreef iedereen elkaar lange brieven, die werden in versierde enveloppen gestopt en je kon niet wachten tot het antwoord kwam. Het was een modus, Facebook ‘Après la lettre’. Hoe moest je anders aan alle weetjes komen. Naast gezelligheid, dus ook noodzaak.

Ik ben voor. Laten we elkaar weer meer brieven schrijven. Wezenlijk lezen wat een ander schrijft is het optimale luisteren. Omdat je regels terug kan lezen, dingen kan overdenken, situaties kan schetsen aan de hand van de beschrijving. Ze is niet zo kwetsbaar als een whats app of een tweet. Eens geschreven blijft geschreven en een ingekorte tekst kan heel verkeerd vallen. Bij de meeste whats app groepen maak ik regelmatig een Babylonische spraakverwarring mee. Aan de ene kant gaat de communicatie super snel, aan de andere kant is er sneller sprake van een misvatting.

De brieven krijgen gouden randen, al was het alleen maar uit nostalgie en omdat ik op dit ogenblik niet veel meer doe, dan duimen draaien en sluimeren. In alle tinten rood sluimeren, tot het hoofd weer lichter wordt.