Uncategorized

Soms heeft toekomst geen woorden meer

Ze kijkt me aan. Een licht verwijtende blik in haar dode facetogen. Als kind dichtte ik haar een falset toe, de kopstem, falsetogen, maar dan op een toonhoogte die door ons niet te horen was en ik begreep maar niet wat die ogen er mee te maken hadden. De sonore brom van vliegen waren ook al falset. Letters verfijnd onderscheiden was er niet bij. Ik nam de wereld fonetisch zoals het kwam. Voor dyslectie of aanverwante zaken was nog geen terminologie bedacht.

Mijn wereld werd er groter mee naast die van de ontelbare spreekwoorden, die langszij kwamen tijdens de gewone huis-tuin-en keukendagen en hoogtij feesten en partijen. Facet kijken bootsten we na met de kaleidoscoop. De wereld viel in kleur uiteen en vormden Mandala’s van een schoonheid die een verrukking opriepen. Opgetogen stonden we klaar om de koker door te geven.

22548674_10210885768080358_6039516845316814961_o
Nu had ze zieltogend op het zwarte tekenboekje gelegen en waren de jongens verontwaardigd omdat ze, tegen alle wensen in, toch het loodje zou leggen en wij dat niet konden verhelpen. Dat is wat dood vermag in een kinderziel, als de liefde voor de dieren met de paplepel is ingegeven. Of het nu spin is met de pootjes omhoog, een pissebed op zijn rug, een vlinder met een lamme vleugel, ze krijgen een zacht wattenbed en een dekentje van blad doordrenkt met medelijden. Zorgzame en liefdevolle aandacht voor al wat leeft en geen angel heeft. De laatste factor is cruciaal en telt dubbel als moeilijkheidsgraad om, als je ooit gestoken bent in je oor, onvoorwaardelijke liefde te koesteren. Bij, wesp, mug en hommel zijn het haasje, al is de laatste opmerkelijk donzig en lijkt aaibaar. Met alles wat angel is, wordt de draak gestoken.

Ze blijkt een dankbaar tekenobject, met veel aandacht voor schaduw en licht, geen sinecure, maar iPhone brengt uitkomst door de lijnen minuscuul uit te vergroten tot haalbare grafietlijnen en pennenstreken. Spoedig vertaalt het beeld zich naar het blad en verheft zich door de aanwijzingen tijdens de cursus tot bijna driedimensionale levendigheid. Hoe snel is dood tot leven te wekken als het beeld het leven inblaast. Schaduwlijnen halen het platte plaatje van het papier en weer is er een leermoment.

De blik blijft. Verwijtend haast. Sorry libel, zo had ik het niet bedoeld. Mijn gedachten gaan naar mijn laatste libellentocht, twee jaar geleden. In een verstilde tuin in het Drentse. Late novemberzon zet de wereld in een gunstig licht, verwarmd, hartverwarmend omdat er al genoeg kleeft aan de mededeling die ons allen bezwaard.. Lieve Etsvriendin is in haar nadagen, te jong om te sterven, maar van binnen uit sterft het lichaam tegen beter weten in. Geen kruid tegen gewassen, een denkbaar feit. Hoe gaan we er mee om, met sterfelijkheid. Kinderen hebben het antwoord. Ze worden boos of verontwaardigd, maar zijn onmiddellijk weer door naar een volgende fase, die zich aankondigt. Hun leven kent maar even spijt bij dood.

Bij elke libel komt ze langs. Zoveel gespot tijdens haar laatste vlucht. Een bleef hangen op haar knie. Ze vertelde vergankelijkheid en het moment dat de essentie verder ging dan het leven.  Zonder woorden kopten we het in. Soms heeft de toekomst geen woorden meer,

Advertisements
Uncategorized

Een onbezorgde wereld

Het zou gaan regenen vandaag en zegge en schrijve is er voor vijf minuten aan regen gevallen terwijl de zon scheen. Dat leverde in ieder geval een prachtige regenboog op. Wat verlangen we met z’n allen naar die pot met goud. Een mooie monumentale overlevering in de categorie van Klaas Vaak en Jaap en de bonenstaak. Het oudste kleinkind wist hoe het in elkaar stak. Zijn vriendje had ooit eens de pot met goud gevonden aan het einde van de regenboog. Hij nam hem mee naar huis. Zodra de regenboog verdwenen was, ging de pot met goud in rook op. Zo komt boontje om zijn loontje. Regenbooggoud is voor dromers. Soms ben ik een dromer en ligt het binnen handbereik.

Het was een dubbele. Dubbel geluk, net als het klaviertje vier. Geluk kan je overal uit halen. Als je het zegt, is het er. Christoffel in mijn portemonnee, de aartsengel in zilver, Don Bosco in mijn kleine blauwe prins, ze weten er allemaal raad mee. Als het mis gaat is het dankzij hen nog goed afgelopen. Dat heet rotsvast vertrouwen in wat je geloven wil.

015

Klaas Vaak kwam vroeger zand strooien. Daar waren we als kind mooi klaar mee. Als je wakker wilde blijven om hem te kunnen zien, verscheen hij niet. Als je sliep, zag je hem niet. Het gevolg was het onrustige woelen en wakker schrikken bij het minste gekraak of geruis. Net als in de dagen van weleer, dat Sinterklaas over de daken galoppeerde en zijn pieten afzette bij de schoorsteen, om persoonlijk wortel en water te vervangen voor cadeautjes. Ook dan was het moeilijk om in slaap te komen. Met gespitste oren luisterden we of er gemorreld werd, maar het enige wat we hoorden was het geritsel van de muizen achter het behang en op zolder.

Jaap en de bonenstaak was de belofte bij uitstek om de problemen van alledag te ontvluchtten. Altijd kon je zo’n snelgroeiende bonenstaak kweken. Ze groeiden tot in de hemel en daar was het goed toeven, zolang je de reus niet tegen het lijf liep. Die rook wel mensenvlees, maar werd om de tuin geleid door zijn vrouw. Handig, er viel altijd te ontsnappen met wat dukaten. Problemen van vandaag zijn niet meer weg te wrijven met een Alladin’s lamp of een pot gevonden goud aan het eind van de regenboog. Ze zijn pijnlijk groot en levensecht. De doekjes voor het bloeden kunnen opgeborgen blijven in de kast. Die houden we achter de hand om het sprookje bij kinderen levend te houden…

086

Ineens besef ik dat dat precies hetgeen is wat er gebeurde, toen mijn ouders de wereldoorlog weerstonden met twee kleine kinderen en de derde op komst. Het hobbelpaard van het Julianapark bleef gewoon het vertrouwde beeld bevestigen. Een wandelingetje naar het park, waar de fotograaf de indruk wekte van een veilige wereld. Dat is wat we moeten blijven koesteren. Dat is niet de kop in het zand steken, maar een perspectief bieden aan alles wat nog een toekomst te gaan heeft. Vertrouwen schenken in wat komen gaat, is onze grootste gemeenzame deler met het verleden. Dus wrijf ik die regenboog glanzend en wordt het verhaal van de pot met goud eens flink opgepoetst tot ze blinkt als de lamp van Aladdin en de Keulse pot van Piggelmee. Geen vuiltje aan de lucht als je kind bent en recht hebt op een onbezorgde wereld met ontsnappingsmogelijkheden te over.

Uncategorized

Iedereen ziet anders

Wat is dat toch dat je als vrouw alleen niet rond mag lopen, zonder dat vermeende heren denken, aandacht te moeten schenken op een opzichtige manier. Gisteren liep ik, op een tijdstip dat alle Portugezen ver weg blijven om fiesta te vieren, tegen beter weten in naar het strand. Misschien om de rust te zoeken van wind door het hoofd en om de om aandacht roepende zeemeeuwen met hun verongelijkte kreten, die optornen tegen een tegenkracht die altijd groter is. De grote, potsierlijk hangende vogels ‘ins blaue hinein’, tonen hun wilskracht door hun doorzettingsvermogen. Steeds weer blijven proberen tegen beter weten in om daarna, met een sierlijk zijwaartse duik, onder de druk uit te vliegen en opnieuw het gevecht aan te gaan.

De zon schijnt fel. De aantrekkende wind zwiept het water op tot zilverwitte golven die hoog boven de zeespiegel uitstijgen. Ze glinsteren aanlokkelijk en nog trekken ze mensen  de zee in, terwijl je aan de snelheid waarmee ze weer terugrollen kan merken dat de stroming te sterk is. Slordig liggen er soms mannen in hun zwembroek zonder handdoek in het zand, neergeploft, uitgeteld, misschien te vermoeid en te slaperig naast een handvol buitenlandse gezinnen en wat stugge wandelaars. De zon brandt genadeloos op mijn blote schouders, maar ik heb een sjaal in mijn tas om om te slaan in geval van nood.

De grote tas met tekenboeken is mee, omdat ik beloofd heb tijdens mijn vakantie de omgeving vast te leggen in contrasten, zoals  licht/donker, leeg/vol en te focussen op het ritme. Het is de bewustwording van het deel in het geheel. Het spelen ermee opent een nieuwe wereld, samen met de verruiming door het perspectief. Ik beleef alles anders dan de realiteit laat zien. Ik vervorm elk perspectief zodra er iets belangrijkers op de voorgrond staat. ‘Iedereen ziet het anders’ zei Titiaan al, een Venetiaans schilder van lang geleden. Anders is niet per definitie verkeerd. Anders is mijn eigen kleuring van de waarneming. Verkeerde perspectieven of uit verband getrokken verhoudingen vergroten de surrealistische inslag, zetten de kijker op het spoor van de verbeelder, roepen vragen op omtrent zijn beleving.

Met die bagage in mijn hoofd vind ik een verhoogde lege bank. Daar is het goed toeven. Mooi uitzicht, prachtige horizon, waaiwinden om mijn hoofd en schoonheid in al haar voegen. Eenmaal gesetteld blijkt de grafiekstift thuis te liggen, dan maar wat houtskool voor wat schetsen. Verdiept in wat er binnenkomt merk ik, zijdelings, dat een man het pad op komt lopen. Wonderlijk omstandig zegt hij gedag. Blijft dralen, schikt de trui om zijn schouders, strijkt een hand door zijn haar. Tuurt naar de zee, het strand, de mensen en naar mij. Ik ga onverdroten voort. Ogen op de zee gericht, met in een ooghoek de man en zijn gebaren.

Na vijf minuten , wat duren vijf minuten lang, onverdroten gewerkt te hebben in het boekje, angstvallig afgeschermd voor de buitenwereld en zijn vreemde ogen, kiest hij eieren voor zijn geld. Misschien zie ik het anders en is het een man, die net als ik, geniet van het uitzicht, van de glinstering van de zon op de zee, de uitbundig uiteenspattende golven in oplichtend zilverwit.  Het is het gevoel, dat omhoog kruipt en een ongemakkelijke houding geeft aan iets wat een volkomen natuurlijk beeld was. In ijl tempo wordt beeld in lijnen vastgelegd om mijn weg te vervolgen naar het strand, waar wind zorgt voor speldenprikken zand tegen mijn benen op en zoute druppels op mijn lippen. Mannen blijven staan en talmen wat. Verkeerde focus, iedereen ziet anders, Titiaan wist het, maar ineens snap ik zonnebrillen beter die in mijn optiek het zicht op de werkelijkheid zo kunnen vertroebelen. Tijd om op huis aan te gaan.

Uncategorized

Je erfenis

Vanmorgen vroeg was het sluimeren nog in volle gang. Achter alle deuren weet ik lichte snurkers, zoete dromers, onrustige draaiers en het zachte gelijkmatige van een ademhaling in rust. Al tijden niet meer mijn afdeling. Ik hoef niet meer rond om hier en daar een vallend armpje terug te duwen en onder te stoppen, of een kleine nachtmerrie te sussen, de spoken op de trap te verjagen met ‘Maria sitzt am Rosenhag’ en de Kronkebonkers te doen verbleken achter hun behang met het ‘Maantje tuurt’. Ze kunnen zelfstandig hun geesten te lijf. Zo ver, zo goed.

Ik heb me van de ene zij op de andere geworpen, terwijl het matras kraakt dat het een lieve lust is, door zijn beschermende bovenlaag. Hygiene voor de nachtrust. Niet erg hoor. Heerlijke bedden, zalig huis, iedereen een eigen douche en toilet, het kan niet meer stuk. Ik hoef het zelf niet schoon te houden. Dat laatste is verreweg het grootste voordeel. Aan het begin van de nacht dommel ik in op een zoete rode wijnlaag en daarna kan ik op mijn gebruikelijke vroege tijdstip naar vreemde geluiden luisteren die soms op hun plaats vallen of helemaal niet.

Honden maken hier overuren door het aanslaan bij geluiden in de buurt van het huis, een konijn, een kat, misschien een late of een extreem vroege wandelaar, een auto die langs rijdt. Ik hoor geluiden die lijken op een boormachine, een deur die klapt, gemorrel aan de ijzeren poort, ik moet slapen maar zie arme zieltogende mensen, die aan deuren kloppen van luxueuze villa’s zonder uitgenodigd te zijn.

Ik neem de brede trap naar beneden, de kroonluchter springt aan, alles is in diepe rust. Is de patio leeg, geen oude hippies in het zwembad, die over de muren geklommen zijn, als in de films van de jaren zeventig. Mijn hoofd op hol. Teveel beelden vullen het plaatje in. Eigenlijk doodse stilte, daar waar je naar verlangde als je de kinderen op bed had gelegd. Tel Uw zegeningen, fluistert het voorgeslacht weer. Ja ja, de omstandigheden zijn meer dan buitengewoon, simpelweg het opperste geluk. Daar doen we het toch voor, een stil huis en de wetenschap dat de allergrootste schatten achter de dichte deuren liggen.

22426524_10210865236687086_866819791556444160_n.jpg

Dit had ik wel willen delen met de enige die daar recht op heeft, maar te ver weg zijn passie preekt, net als het bleke maansikkeltje in de vroege ochtend. De rollende golven zingen zijn requiem, alle golven zingen altijd overal zijn afscheid. Het maakt niet uit of het hier is in Silves of daar, op het weidse strand van Egmond, waar het opstomende schip er voor zorgde, dat we zijn stof tot stof en as tot as konden verstrooien en hij als een compacte zuil van protest naar beneden viel.

Zijn gouden voetbalzonen heeft hij niet meer groot zien worden, zijn kleine superhelden, kleinzonen met de bal aan de voet, heeft hij alleen met zijn sperwer en buizerd-ogen rond het veld van JSV bespied. Hij zou drie voet boven zichzelf uitgestegen zijn, met zijn lengte niet een al te grote prestatie, en toch eenvoudigweg zichzelf gebleven. Nu we hier in totale rijkdom aan het genieten zijn, weet ik dat hij mee rolt met de golven op het strand, de sikkel in de lucht, de dwingende kreten in het azuurblauwe zwembad achter het huis, de chaos rond de te organiseren maaltijd, maar meer nog in de warmte, de diepe genegenheid, de liefde voor elkaar. Hoe groots kan je sterven als dat je erfenis is.

Uncategorized

Stereo lol maken

De kinderen zijn buiten een spel aan het spelen. Wonderlijk eigenlijk dat kinderen kinderen blijven, ook al zijn ze al rond de veertig. Mijn schoonzoon in ieder geval. Wanneer kantelen kinderen naar zichzelf. Ik vrees dat ik dat niet meer mee ga maken. Zou het stiekem wel willen.

We gingen boodschappen doen bij de Lidl. Handig die Lidl, overal te vinden. Maar waar zijn de authentieke eigenzinnige culturele grootheden op de millimeter in dorp en stad. Goed, voor het gemak in ieder geval de Lidl voor de hele week. Alles wat een villa een thuis maakt, zodat graaien naar zout of peper gewoon, als altijd, te doen valt, ergo wat maar te koop is, wordt aangeschaft. Uit bijna elk vak iets, maar dan ook voor dertien personen in totaal. De Bedrijfsleider leidt ons met een oortje in, naar een kassa apart. Deze mensen worden VIP, al was het alleen maar om het bedrag, dat de kassa niet uitleest, omdat het vele malen hoger is dan het doorsnee bedrag.

Als we thuiskomen is het ongeloof groot. Hoe deed mijn moeder dat vroeger ook alweer met hetzelfde aantal mensen voor handen. Bij Duikkie de groenteboer kwamen de kisten appels en de hoeveelheden spinazie vandaan, die we moesten lezen. Iedereen die ooit spinazie heeft moeten lezen is ingewijd in de geheimen van het vak. Je leert niet alleen spinazie lezen, maar ook de reactie van alle broers en zussen die er op reageren, met een wisselvalligheid die de spinazie siert. Nooit maakte een onderwerp zoveel tongen los, daar kon geen opiniestuk of krant tegenop. Televisie daargelaten, want toen die eenmaal kwam, had men het nergens anders meer over. Maar achteraf ook over de eerste wasmachine, de eerste stofzuiger, het eerste elektrische strijkijzer…Al die fantastische uitvindingen van de twintigste eeuw, die het leven zoveel aangenamer maakten.

Nog hebben we wat dingen niet gevonden. Eenvoudigweg omdat ze er niet waren. Naar de volgende winkel die te duur was, maar alla. Waarom zeiden wij vroeger al alla, toen Allah nog niet in beeld was. Het moet ergens vandaan komen. Dankzij de ongewone setting, de kinderen die hun halve minutenspel spelen op het terras, dochterlief die wat verlaat naar beneden komt, associeer ik alle kanten op Ik laat het maar gaan. De sfeer is knus en gemoedelijk. Ik ben graag toeschouwer op een afstandje om dat zoveel meer filosofie binnenkomt en alles een dubbele lading krijgt.

Vandaag zei kleinzoon tegen mij dat de golven de wolken doorkliefden, hij zei ‘sneden’, hij zei eigenlijk ook dat hijzelf de golven doorsneed. Waarom nemen gedachten zo’n eigen vlucht en maken er een heel eigen avontuur van. Hoe mooi. De golven doorsnijden de wolken. Als een gedicht van Vasalis.

Kinderen die een spel spelen en nog steeds kind van je zijn, omdat het leven licht wordt op een avond als deze. Allmaal samen , met zo’n heerlijk suf spel, waarbij ze regelmatig in een appelflauwte over de tafel liggen en ik hier lachend serieus probeer door te tikken. het is niet te doen. Wat een glorieuze avond, wat een heerlijk stel, wat een rijkdom, maar dat wisten jullie wel. Ik lig in een appelflauwe, sorry, Het is te grappig. Stereo lol maken. Ik teken ervoor.

 

 

Uncategorized

Sitges

Tarragona, 50 jaar geleden. De familie van der Linden ging op vakantie met een volkswagenbusje met een motor van een Taunus 15 M. Het was het bekijks in de straat. De buren stonden er versteld van hoe die Jochem met zijn kinderschaar, de pakken hagelslag en de blikken zure bommen onder de stoelen en in de gaten van het bagageruim stopten. Alles waar nog een halve decimeter over was werd benut. Verkwisting zat niet in de naoorlogse vocabulaire. Meten is weten hoe je met elf kinderen en een vrouw op vakantie kon zonder in gewetensnood en in een ruimtetekort te schieten. Een aantal items waren vereist, anders zou je het in dat vreemde land niet redden. Hagelslag dus, Zwitserse kaas, leverpastei, campingboter en de voornoemde zure bommen. Ook al was het naar het verre Spanje.

De vissersplaats Sitges was na het klooster van Prades al even heilig. In de ogen van mijn moeder althans, die zich stond te vergapen aan de bonte pracht van uitgestalde vissenkoppen, palingen, dorado’s, kabeljauwen, uitheemse inktvissen en meer van dat grut, waar je in de winkels van de Gruyter alleen maar van kon dromen als je bij de sardientjes in blik stond te dralen. ‘Middellandse zee, souvenir van mijn dromen….maal duizend keer…..en steeds  weer’ . Samen met Anita Berry drong het lied met het ruisen van de golven haar wereld binnen en zorgde voor een intense beleving van zo’n dodevissenmarkt en de zee er achter met haar aanlokkelijke roep.

Het waren haar uitheemse escapades naar de landen van Multatuli of de bonte gang naar het leven van haar missionarissen, die in den vreemde hun melkdoppen verzilverden voor de arme kinderen van Afrika met hun raffia rokjes.

De overdekte markt in Keskemet liet een verse pracht aan vissen, groente en vlees zien, de bloemen en de ingelegde zuren kroonden, omlijsten bijna, het hoofd van het vrouwtje dat haar waren aan stond te prijzen als een echte baboeschka. Rap trok ze, in een beweging, haar  gebloemde jaren vijftig sjaaltje van haar hoofd. Geen ouderwetse merites voor die jonge westerlingen. Wel het zuur en de bloemen en daarna, evenzo vrolijke visverkoopsters met slierten warrig haar voor hun onvermoeibare aangeprezen waar. Minder uitbundig dan in het zuiden, maar onmiskenbaar vlees, vis, groenten, bloemen en fruit.

Vis is nergens vissiger dan in Portugal, al kon Spanje er ook wat van. Verser-dan-vers vis, onwaarschijnlijke schoonheden van lelijkheid staren met hun bleke-betten -ogen en hun dode slappe vinnen en staarten verwijtend elke bezoeker aan. De ongenaakbaarheid van hun vissenverkopers is een pijnlijk contrast.  Elke pond vis, een euro of twee, drie, betekende weer brood op de plank. Soms droog brood, de vis werd duur betaald, Niet door de toerist. De visser legt het loodje en ze wsren kennelijk niet anders gewend. Waar koop je 6 verse sardienen voor tachtig cent.

Schoonheid zit soms in het leed van het bestaan. Hun kleuren schitteren tegemoet. Zeldzaam divers is de uitstalling en geen andere kraam kan er tegen op, zelfs niet van de meest waanzinnige compacte kleuren van groente. ‘Kijken, kijken en niet kopen’ zie ik de Portugezen denken bij de foto schietende, onwaarschijnlijk blonde, oude, non-Portugese vrouw, die voortduren ‘Obrigado, obrigada’ door elkaar husselt en de Beatle mania fluistert: ‘Obladi-oblada life goes on, Brah’. De oude Desmond blijft eenzaam tussen de uitgestalde oesters hangen, maar brengt de juiste beeldvorming niet op het net.

Visafslag, vismarkt, weekendmarkt, dorpsmarkt en hoe ze ook mogen heten, ze vallen allemaal samen in het beeld, de dode vissen, de opgetogen ogen van mijn moeder, haar kinderlijke verbazing en die van mij, wow….Foto, en nog een en nog een, tot we weer samen wandelen in Sitges.

Uncategorized

De schuwe luwte

Dinsdag werd ik gebeld. Of ik mee naar het asiel wilde om samen met mijn goede oude vriend een lieve kat uit te zoeken, omdat het leven met iemand om voor te zorgen ten enenmale aangenamer was, maar ook omdat de muizen tegenwoordig op de tafel dansten. Het grote oude huis kraakte in al zijn binten en herbergde duizendeneen verstopplekken voor zo’n familie, met tafellakens en servetten voor een heel weeshuis, in rijen opgestapeld in haar oude kasten. Daar viel met gemak een nest van te maken, een hemelbed waardig.

Na de dood van zijn tweede, die voluit Moredog heette, maar in de wandelgangen More en overleden was aan ouderdom, wist hij dat een nieuwe hem altijd zou herkennen als baas. Het initiatief moest van de poes uitgaan. De muizen versnelden zijn keuze. In het asiel moesten we wachten, omdat er al een rondleiding gaande was. Vriendlief vertelde, dat hij zowaar een beetje zenuwachtig was. Hij had alweer kattengrit gekocht en voer. Hij en het huis waren er klaar voor.

Het meisje had een omstandig verhaal over poezen die angstig waren en verwilderd. Het moest geen wilde kat moest zijn, zo’n kleine krabbebijter, die je bij het minste of geringste besprong. Met een denkbeeldig stompje potlood vinkten we alle nee-vakken aan in ons hoofd bij haar opsomming. Te druk, te wild, te zenuwachtig. Ze had nog een poes, die was gevonden, had geen chip gehad, zat er al een half jaar, was erg schuw, Ze leidde ons naar een klein keukentje en boven op een van de kale witte kasten stond een teil met een poes erin. De oren piepten er boven uit. Ze heette Olijfje. Bij alles wat er verteld werd, spitsten de oren zich.

Foto: Wiki. Olijf heeft rondere lieve ogen.

Vriendlief heeft een enorm huis, een oneindig geduld met poezen en een hele rustgevende verstilde houding naar dieren toe, zodat ze al snel over de streep getrokken werden. ‘Een echte poezenfluisteraar’, vertelde ik aan de vrouw, die ons rondleidde. Het verhaal eromheen was omstandig met veel herhalingen, maar ondertussen was de kleine Olijf uit haar afwasteiltje geklommen. Ze bleek pikzwart te zijn en had gouden ronde knikkers als ogen met een prachtige zwarte pupil. Wat een schoonheid. De match moest zo zijn, want vriend wilde het liefst een zwarte poes. More was dat ook, tot zij op hoge leeftijd een valig grijs over haar verdunde lijf had liggen. Deze lieverd was inktzwart.

Alle eventuele bezwaren die nog nakleefden aan de woorden van de vrouw smolten weg als sneeuw voor de zon bij deze ogenschouw. Olijf verkocht zich zelf en had daar niemand bij nodig. Er was een proefperiode van drie maanden. Dat was een mooi vooruitzicht.

Ik haalde mijn Rollsroyce onder de poezenmanden uit de auto en na het invullen van een eed en geloften mocht Olijf mee op reis. Het avontuur kon beginnen.  ‘s Avonds belde ik om een uur of zeven op. Ze was direct onder de stoel van zijn oude vader gekropen, waar hij zo statig in was doodgegaan. Daar speelde ze het aloude verstoppertje: ‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet , hou je adem in en stik niet’. Straks ging hij haar een beetje porren met woorden, wat flemen met brokken, zodat eenzame baas en angstige poes zouden samensmelten in een prachtig gedeeld en warm leven. En de muizen….? Die kiezen vast het hazenpad, als Olijfje uit de schuwe luwte is gekropen.