Uncategorized

Zussen

Letterlijk plannen over boord gooien is een kunst op zich maar door ervaring wijs valt te zeggen, dat spontane plannen tot de mooiste ontdekkingen kunnen leiden.

‘Ik laat Gods water over Gods akker vloeien’, zei mijn moeder in tijden van onverwachtse voorvallen, waarin niet te sturen leek en alles eenvoudigweg gebeurde. Waarop ze met volle teugen genoot van wat zich aandiende. Gisteren traden we in haar voetspoor. Een app is doorgaans genoeg om de zussentrein in beweging te zetten. Er gaan er nog een aantal overheen voor het een gekaderd beeld vormt, maar dan staat iedereen ook binnen een uur in de startblokken. Klaar om te gaan.

IMG_9181

Wij hebben met ons moeder een erfenis binnen gehengeld, die inmiddels onbetaalbare schatten heeft uitgekeerd. We genieten. De kneep zit in het mogen zijn wie je bent. Ieder heeft een aartje naar zijn vaartje of moertje, maar door de loop der jaren hebben we geleerd, dat leven zoveel aangenamer is, als je mee laveert. Gisteren werd het letterlijk en figuurlijk in stelling gebracht. We gingen varen op de Kromme Rijn bij Cothen. Een zus ontbrak, wat altijd als gemis wordt gevoeld, maar met de drie-persoons kano wel handig was.

Onervaren kanoërs krijgen uitgebreide instructies en het was deze gedienstigheid die de juiste toon zette. Het lijstje van obstakels was kort, de handelingen eenvoudig, twee keer de boot uit en bij boer Henk(denk ik) picknicken met een waterdichte koelbox, omdat dat praktischer was dan een romantische rieten mand met geblokte servetten. Er stond 2 1/2 uur voor. Opgetogen staken we de rode peddels in het water.

Daarna begint het communicatieve steekspel. Allemaal hebben we de ijzeren wil van mijn vader in de genen, dus ieder weet voor zichzelf wat het doel is. Genieten, vooruit komen, spierballen kweken, calorieën verbranden, bruin worden, mijmeren, bijzondere momenten vereeuwigen, verhalen de ruimte geven. Je kan het zo gek niet bedenken of een van ons kan daar mee uit de voeten. Voor ieder wat wils.

IMG_9187

Links en rechts zijn dingetjes, tegengas geven ook. We hebben niet gezongen onderweg, omdat de windstille, lome zomerdag haar vogels volmaakt liet kwinkeleren in het verstilde beeld dat om onze ‘fluister’boot heen trok.  De bruggen waren laag en meer dan eens moesten we dubbelgevouwen er onder door met een adembenemend uitzicht in het vizier. De koelte van de tunneltjes verraste aangenaam.

Twee duimlengten vooruit en een achteruit duurde de tocht vier uur, maar daar zat een rijke picknick in met perensap, koffie van de boer, taart, verse boterhammen, tomaat, pruimen en kersen en twee keer klunen met de boot, wat boven verwachting soepel en gladjes verliep en een kniesoor die de tijd had willen beheersen. Om half acht zou de gastvrouw zich achter de oren gaan krabben.

IMG_9146

Ringslang zwom bijna op zijn groenige wereld, de kop fier omhoog om de richting te bepalen voor de boot uit, tot beschutting gevonden was in het riet. Zwanen, majestueus en waakzaam om hun jongen, zorgden voor lichte paniek in de boot, maar zacht laveren langs de kant suste de dreiging. We ontdekten ook dat in een smal gedeelte niet te draaien viel met termen die tegenstrijdig werden ingekopt, achteruit was een weids begrip. Boven ons cirkelde een veel grotere roofvogel dan de buizerd, een havik was het vermoeden, maar met dichtgeknepen ogen in het felle licht was de afdruk ervan naderhand strakblauw.

IMG_9174

De vermoeide armen en de blaar tussen duim en wijsvinger bevestigden de ruimte die geschapen was om de lunch goed te laten smaken en als laatste de verse rivierkreeft, veel gepulk en weinig wol. Maar bovenal was er de balans in de volslagen vermoeidheid en het optimale genieten, de wetenschap dat decennia ervoor de rijkdom werd ervaren van dezelfde kleine geneugten des levens. ‘Gods water’, een ‘Go with the flow’, spontaan en ongepland en daarmee iedere keer weer een ongekende ervaring rijker. Zussen.

Advertisements
Uncategorized

Eeuwige rust

Het was feest. We zaten heerlijk in de luwte van de ommuurde tuin en hadden meer ruimte dan verwacht. Het gesprek kabbelde voort, zoals bij iedere gelegenheid dat mensen elkaar in ontspannen sfeer treffen. Alle voorbereidingen waren getroffen, de schotels stonden klaar en de entourage wisselde voortdurend bij de spontane stoelendans die zich steeds ontspon.

048

Bij zulke gelegenheden, een gouden samenzijn, kom je vaak tot diepere kernen bij de gesprekken. Eerst waren er de gebruikelijke zorgen, gedeeld in kwalen en kwaaltjes van onszelf of van ouders van de jongere generatie. Het gesprek kwam via infarcten op Dood. Dochter van een nog maar net door een hartaanval getroffen vader merkte op dat vooral de angst bij de moeder zat. Pa deed wat laconieker. Dat vormde het beeld, dat vrouwen er emotioneler in stonden en er ook meer moeite mee zouden kunnen hebben.

De herkenning van mijn beleving was er niet. Juist doordat we ouder waren en tijd hadden om aan iets te denken wat onvermijdelijk zou zijn, gezien alle aderlatingen in de vriendenkring, was er al een lange periode van overpeinzing gaande, waarbij een optelsom en in zekere mate een berusting was neergedaald. Rust is een beter woord. Het is niet een ‘je er bij neerleggen’. Het is een bewust overdenken van de invulling voor straks of later. Het besef, dat iets eindig kan zijn, plotseling en zonder pardon, is nu eenmaal een gegeven als je de kwetsbaarheid in de ogen hebt gekeken of aan den lijve ondervonden.

030

Pas nog was er een documentaire geweest, van een vrouw die het fijn vond om alles in orde te hebben. Haar kist, haar rite, haar graf met steen. Ze vond het een spijtige bijkomstigheid dat ze het zelf niet bij kon wonen. Nou ja, kon aanschouwen, want zonder haar geen begrafenis. Ik moest denken aan de wandeling, een paar maanden voor mijn moeders dood, over de begraafplaats, waarbij we zichtbaar genoten van de wind die door de eeuwenoude bomen ruiste en van het late herfstlicht, het oplichten van de kleuren van de bladeren, de eeuwige rust, die voelbaar werd. Toen ze een rank vaasje gevuld met tere witte fresia’s op een graf zag staan, zei ze knikkend met haar hoofd: Kijk, dat vind ik nou mooi, dat wil ik dan later ook.’ Het symbool van de loodzware steen eronder en de uiting van de lichtheid der dingen contrasteerde verzoening op de juiste plek. Dat dus. Verdriet, maar ook schoonheid en vreugde, tranen met een lach. We vergaten het op de dag van het sterven zelf. Daar moordde de dood een stuk tijdsbesef weg, die dagen van voorbereidingen op het meest definitieve, onafwendbare, afscheid dat komen zou. De scheppen aarde als bewijs, dat er een grens was bereikt.

Nadenken over dood toen, werd weggeschoven en alleen het verlies bleef schrijnen, tot er ruimte kwam om zelf in dergelijke levensvraagstukken te stappen en overwegingen te maken van wat wenselijk was, haalbaar, voor mij, voor de kinderen. In het gesprek kwam de natuurbegraafplaats als favoriete nummer een. Een zelfgekozen ruimte, een natuurgebied, onder een boom, een kleine markering, een gedicht wellicht. Heel anders dan mijn puberdoem uit een grijs verleden, die samen met Jaap Fischer de Feuille Morte zong via een spotvogel in een treurwilg. Het cynisme schopte tegen de heilige huizen en de grote houten kruizen daarboven. Dood is dood.

Met mijn moeder en de wandeling, met vriendin, met het lijden kwam de zachtheid binnen glijden. Dode bladeren zetten luister bij in de schoonheid van het verkleuren, het vervagen der dagen.  Geen vrees, geen vragen, maar de balans in het weten. Het brengt rust. Eeuwige rust.

Uncategorized

Een overweging waard

Wat was wijsheid. Dat hoorde ik mijn vader zich met regelmaat afvragen als hij voor een dilemma stond. De opties lagen er, de keuze was aan hem. Door met zorg te wikken en te wegen werd de richting bepaald door de ratio. Dat betekende soms dat het voorspelbaar en minder spannend was, maar ook dat de loop der dingen werd vastgenageld. Zo gaat het en niet anders. Door impulsief te kiezen, bijvoorbeeld op gevoel dat opveerde bij kleur of geur, uiterlijk, vorm, aantrekkingskracht werd het een emotionele aangelegenheid en stormde je al gauw het ongewisse  in. Go with the flow.

De keuze waar ik gisteren voor stond was er niet direct een van levensbelang. Alhoewel… Voor mijn volkstuin ligt een brede strook Groot Hoefblad, doorwoekerd met kleefkruid, brandnetel en gele lis. Als ik met deze droogte gieters wil halen uit de sloot, kost me dat aanmerkelijk veel energie omdat de eerste laadplaatsen aan weerskanten voorbij die begroeide slootranden zijn. De groothoefbladmuur, eens door de oude aangelegd, oogt als een onneembare vesting.

Ooit heb ik een fotoreportage van haar vergane schoonheid gemaakt, toen droogte toe had geslagen en de grote paraplubladen bruin en breekbaar om krulden tot natuurlijke sculpturen en verhalen fluisterden van een andere wereld daar in het Dorre Woud van Wallekant. Er kwamen wezens tot leven die ik er nog nooit had gezien. Nu stonden ze sappig en groen, majestueus breed gespreid, mijn doorgang te belemmeren.

Ik koos voor een doorgang vlak voor de ingang van mijn tuin en groef mij een weg, als Holle bolle Gijs door de Rijstebrijberg vlak voor Luilekkerland. Dat moest stengel voor stengel. Natuurlijk sneed het door mijn ziel, want zo’n sentimentele dwaas ben ik als het om leven gaat, iedere keer als ik de duimdikke stengels doorsneed met het snoeimes en zo stukje bij beetje het einddoel naderde. De brandnetels, niet langer gesteund door zijn hoeders, stortten soms vol in het gezicht, tegen een been of arm en protesteerden jeukend tegen mijn verrichtingen.

Onder de tanige tafel stond een even verweerd krukje. Een van de vier, de meest aangedane, moest het ontgelden. Met het zweet tappelings over mijn rug, trapte ik het verweerde hout uiteen. Drie mooie vierkanten voor een improvisatorische aanlegsteiger. Mazzelde ik even, omdat de staat van zijn aan vervanging toe was.

IMG_9103

Zo kliefde ik me gisteren een weg naar het gemak en een langer leven. Elke wandeling meer om de twee gieters te vullen betekende immers een aanslag op het aangedane, met chemische middelen gevulde, lijf. De handelingen bleven even capriool. Op de hurken op de  vermeende steiger gaan zitten, een gieter aan de steel in het water hangen, dat laag stond vanwege de huidige aanhoudende droogte. Vol tanken, eruit vissen, naast je neer plempen en zorgen dat ie niet omvalt. De volgende gieter vullen en dat tot twintig keer toe. Tel uit je winst en de bloemen hun water.

IMG_9092

Ze keken me dankbaar aan met z’n allen en als beloning stonden ze allemaal volop in bloei, uitbundiger als voorgaande jaren, de hondsdraf, de bosaardbei, het kleefkruid en het leverkruid profiteerden volop mee. De volgende keer zal ik een aantal stengels moeten vrijwaren van de kleine versluieraars, die graag wortel en plant omwoekeren en afsnijden. Wie dan leeft, dan zorgt. Keuzes, keuzes, keuzes. toch bijna altijd op gevoel, met een zweem van realisme.

Het eindresultaat mocht er zijn. Minder uitgeput, wat zeg ik, te volbrengen zelfs, ik kan het wegstrepen tegen mijn gemiste fysiotherapie van deze week. Nog drie dagen chemie te gaan, maar dan met het gemak van een bereikbare slootkant. Als het water je door de vingers glipt is een dankbare tuin een overweging waard.

Uncategorized

De diepte van het woord en de gedachte

In een column van Maria Barnas in het nieuwe nummer van Museumtijdschrift trekt ze me de wereld van het geluid en de stilte binnen als ze de verhouding tot elkaar in ogenschouw neemt. Daarbij geeft ze de met potlood geschreven connotatie van de Stilte  van de kunstenaar Rumiko Hagiwara, die te bewonderen valt in de Galerie Juliette Jongman in Amsterdam als overpeinzing mee.

Ik word getroffen door een zin uit haar verklaring erbij over het verschil van het gebruik van het pauzeteken in de muziek.

003

Rumiko Hagiwara: ‘The word would be without depth if the background of silence was missing?’

Voor haar Westerse muziekleraar geeft het stilteteken slechts een rust aan, voor de Japanse beeldend kunstenaar Rumiko heeft stilte op zichzelf betekenis. ‘Silence can exist without speech, but speech can’t exist without Silence’. Zonder stilte geen diepte, wat een mooi voorbeeld van de samenhang der dingen.

030

Aan de drukke weg waar ik woon is het nooit stil. Het ruisen van de A2 is altijd aanwezig ook in de nacht. Ze zoemt de kamer binnen en blijft monotoon als achtergrond fungeren. Het weeft een compositie met het ruisen in mijn oren, dat ook nooit meer stoppen zal. Altijd geluid went, maar de wens naar de stilte wordt daardoor groter. Hoe minder omringende geluiden hoe meer aanwezig het binnengeluid. Alsof het lijf protesteert op die momenten, omdat het al te lang niet opgemerkt is geweest. Ze is de strijd aangegaan.

Het begon met ongemak in de ogen, daarna de oren, dan de longen en het hart. ‘Het is oké lijf, je bent er en ik vang het in een net van oorverdovende stilte en vertaal het naar bestaan’. Nooit meer stilte, hoe valt dan de betekenis van het woord te herleiden. Ik her-eik de definitie voor mezelf anders is het ondraaglijk, wat Kundera bedoelde met The Unbearable Lightness of Being, die ook alleen maar kon bestaan in tegenstelling tot de zwaarte. Mijn stilte bestaat door de aanwezigheid van het eeuwige geluid. Dat is geen tegenstelling meer, maar een afstrepen van decibellen, die er voor zorgen dat miniem geluid stilte is in mijn oren.

026

Lastig maar te vergelijken als met de stiltetekens in de muziek. Daar verstomt het geluid, vangt de stilte, ook al is het de stilte van mijn oren, het is een herkenbare pauze. Even geen viool, geen sopraan, geen paukenslag, maar rust. Zoals de nacht rust brengt. Ze overvalt dan evenzeer, als de laatste auto’s wegvallen en de ruisende stilte zich verweeft.

In Nederland kent men de stilte niet. Er is een stiltebankje op een van de vier stilste plekken van Nederland in het natuurgebied, ergens op de grens van de Utrechtse heuvelrug. Er is een koperen plaatje opgeschroefd met een tekst van de dichter Henriëtte Roland Holst:’ De stilte der natuur heeft veel geluiden’. Door de jaren heen wordt de natuur overwoekerd door verkeersgeluiden, decibellen die als kleefkruid tegen de stilte aanhangen. Afhankelijk van de wind versterken ze of zwakken ze af, soms, een  seconde, is er misschien niets, totale stilte.

005.JPG

Toen ik een opname maakte van de vogelgeluiden langs de lek, had mijn mobiel alleen de raspende ademhaling opgepikt. Ergens in de verte waren nog wat trillers te horen. Zelfs natuurgeluid laat zich niet zomaar vangen, laat staan de stilte.

Een mooi uitgangspunt voor de vakantie, zoek en vind en ervaar de stilte en daarmee de diepte van het woord en de gedachte.

Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Hoe bijzonder was het. Voor een echo naar het Antonius. ‘Tja, ik kan er toch echt niet meer van maken dan twee’verzuchtte de gynaecoloog.  Huh…Twee. Dat wisten we niet. 26 weken in de veronderstelling een derde telg op de wereld te zetten en het waren er ineens twee. Wanneer was dat gebeurd.

Terug op de fiets, lacherig, moorkoppen gehaald, grote stevige moorkoppen gevuld met slagroom voor ons en de meiden. Waar had die ene van die twee zich al die tijd verstopt. Achter grote broer gekropen. Nee. Toen dachten we nog alleen in meisjes.

Dat betekende dat we als een haas een kamer voor twee moesten maken. Nou ja, we hadden nog wel wat tijd. De zolder voor de dametjes en hun oude kamer voor de twee. Er werd wat afgetimmerd in huize van der Valk.

scannen0028

Trots en bijzonder, dat was het bijbehorende gevoel. Mijn moeder had een tweeling en in de familie van der Valk kwam het ook voor. Maar uitgerekend van alle kinderen bij ons, een tweeling, twee monden te voeden, twee kleertjes van alles, het huis een grote babywereld, dubbele wagen, dubbele wiegjes, dubbele babykraampakketten, dubbele blije doos, dubbele bezoeken van mensen die we niet goed kenden, dubbele euforie. De roes, de drukte, de grote heerlijke babybubbel op dat moment.

scannen0027

Ze hielden elkaar bezig en hadden geduld. Was de een met voeden aan de beurt, dan wachtte de ander. Huishouden werd samenwerken op hoog niveau. Wat de een niet aan kon, nam de ander over. Het huishouden met vier zieltjes te hoeden, monden te voeden en het kwam allemaal op de pootjes terecht. Mooie zelfstandige invoelende kinderen in verbondenheid met elkaar. Mijn liefje, wat wilde ik nog meer!

mar en niek

Mijn moeder had er al negen en toen kwamen tien en elf. Hoe was dat. Het maakte niet uit een of twee maakt verschil, maar daarna voedt het elkaar en zichzelf op. Ook dat was wel bijzonder. Twee dikke bolletjes in de dubbele ouderwetse wagen, twee minikruipers over de straat, twee hangjongeren bij de kerk op het hek. Geen van beiden leken ze op elkaar. Een tweelingbroer en zus hoe speciaal was dat. Er werd goede sier mee gemaakt, want elke oudere uit de straat, die langs kwam lopen, stopte om een aai over de bolletjes te geven. Als het meezat kreeg je wat centen in de hand geduwd, ga maar iets lekkers voor ze kopen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd.

Er was geen babykamer. Er was een jongens en een meisjes kamer. Bij de jongens drie stapelbedden en een opklapbed, bij de meiden twee stapelbedden. Het ouderlijk bed klem tussen vier muren. Waar sliepen de baby’s? Misschien waren de oudste jongens het huis al uit. We schrijven 1958. De herinneringen zijn even sepia en in grijstinten als de foto’s van weleer. Ze vlechten zich door Okkie Trooy en dappere Dodo heen en het klokje van zeven uur las voor.

8fY0K4XFjS0WsXUvUq4H

Elke avond de eend op de pot voor de vier. Ze konden er geen genoeg van krijgen. ‘Marijke was gek op handen en katten, Marijke was gek op haar klein marmot, maar mijn lievelingsdier, zegt Marijke, staat hier en dat is de eend op de pot’ Nannie Kuipers schreef een onuitwisbaar boek. Na 32 jaar ken ik het nog uit het hoofd. Elke avond voorlezen, daarna zingen en dan lekker slapen terwijl moeders de was ophangt in het trappegat.

Het is voorbij gevlogen. Ze zijn jarig. De vlag gaat uit, denkbeeldig, evenals de taart, de slingers en de toeters en bellen. Ik was er weer even. Bij dat glorieuze moment. De geboorte van de twee, de beertjes voor de gynaecoloog en de gedichten van Vasalis. Het blijft een wonder tot in lengte der dagen.

Uncategorized

Een nieuw verlangen

Mijn voorlaatste Magnum stamt nog uit het tijdperk dat er drie smaken in waren en de reclames niet zo verleidelijk roos-en goudkleurig. Het was een uit de kluiten gewassen ijs en smaakte naar het laatste puntje van de Cornetto, maar dat was uitsluitend te danken aan de dikte van de chocola. De Cornetto was onovertroffen door de combi van chocola en wafel. In de punt is geen ijs meer te bekennen.

052.jpg

IJs is ons met de paplepel ingegeven. Hoogie reed tingelend door de straat met zijn wagen. Dat alleen al was een bijzonderheid, want er stond geen paard voor en het was ook geen handkar, zoals bij de leveranciers van groenten en melk, haring en brood. Die waren  veel mooier. Althans de houten karren van de visboer en de bakker. Glimmend hout met mooie krulletters. De melkboer die Jo heette, had een kar waar je melk mocht tappen, ook een uitdaging, want er mocht geen druppel gemorst. Met bevende knuisten hielden we de kan vast en draaiden de hendel van links naar rechts. Een keer was een kwart liter. Schuimend liep de romige melk erin. Natuurlijk was het lekker!

Hoogie kwam toen een duppie geen godsvermogen meer was, dus ik denk aan het eind van de jaren vijftig. Met een gezin van elf kinderen was je minimaal f 1.30 kwijt aan ijs voor iedereen. Mijn moeder was er gek op en wij ook. De allereerste keer kan ik met de beste wil van de wereld niet meer voor me halen. Hemelse vreugde of alleen de kou, wie zal het zeggen. Maar al gauw won de smaak. Romig ijs van Hoogie was lekker, een klein koekbekertje, een bolletje en dat voor een duppie.

Zijn winkel was over de Rooie brug in de Hoogstraat. De naam sneed hout. Later, toen de broers geld gingen verdienen, was er ook weleens eens ijs met slagroom tussen de wafels. Dan aanbaden we alle engelen tegelijk om dat grote genot. De heerlijkheid zelf was nedergedaald.

Het lekkerste waterijs kwam trouwens uit een straatje achter het Noorderbad. Daar verkochten mensen bij regen uit de voorkamer van hun huis, bij zon voor het raam buiten, uit een grote vrieskist, hun ranja-ijs. Plastic bekertjes gevuld met ranja, stokje erin gestoken en omgekieperd. De lekkerste, zo koud en heerlijk zoet, we zogen de lippen ranjarood tot het ijs wit was. Ze waren de enige die in mijn beleving de functie van het waterijs goed hadden begrepen. Vreugde om de handeling op zich! Nergens vond je zulk echt waterijs.

053-e1531291348473.jpg

Al een paar dagen had ik sinds kort trek in een magnum. Die met de pure chocolade, waar ze breekt met de kracht van een ijsschots , als er in gebeten wordt. Tenminste in de bioscoop, waar deze reclame vaak langs komt. Het mocht ook het puntje van de Cornetto zijn. Geen idee, want met zoekgeraakte smaakpapillen proef je het ijs niet. Kwam het door de antibiotica en gisteren versterkt door de prednizooi of speelden mijn hormonen op, na een week hernieuwd oma te zijn geworden.  Zoonlief bracht een pak mini’s mee. Gevaarlijk. Ik at er drie, het kraakte zoals de ijsschotsen op antarctica als ik alle sluizen der verbeelding open gooide. en smaakte nergens naar, zoals te verwachten was. Ik ga ervoor. Wie weet wat ik nog meer ontdek. Een mooiere voorstelling is er niet te maken. Ooit maakte Hoogie het verlangen wakker en weer word ik verleid, zuiver door de verbeelding, Een nieuw verlangen.

 

Uncategorized

Weef

Ze kijkt me met haar grijs/blauwe ogen stralend aan. De saturatie was goed, de longen nog niet helemaal waar ze zijn moeten. Dat wordt een kuurtje prednizooi voelen mijn klompen haarscherp aan. Halvering maagtabletgrammen en de gevreesde stootkuur van zeven dagen. Ze zou op een terras moeten zitten met zo’n prachtig dun gebreid pastel vestje om de tengere schouders en een stel goedgevormde benen in een korte broek. Maar ze zit achter het bureau en de slanke vingers razen pijlsnel over de toetsen, raken ze nauwelijks.

 George Hendrik Breitner in Amsterdam

Maak ik er een schilderij à la Breitner van of een John Singer Sargent met als titel ‘Zomers pastel aan het strand’. Haar optimisme klinkt door de ellende heen. Ach ja, waarom niet. Meerwaarde is de warme aandacht die onbevangen achter die mooie kijkers leeft en die ze deelt met mij. Boodschap ontvangen en aanvaard en dank voor de consideratie. Het kan geen toeval zijn dat de maand is begonnen met een onderschrijving van echte attentie voor elkaar met de correspondentie van 25 vrouwen en met een blog van vandaag door Rupsje Nooitgenoeg van het tekstburau van drs. Pee, die draait om aandacht.

Wie verzuchtte ook alweer theatraal met een handpalm tegen het voorhoofd, de hand geopend naar buiten: ‘Aandacht, geef mij aandacht”. Het had Adèle Bloemendaal kunnen zijn in een van haar theaterstukken.

0072-e1530337064418.jpgbegrenzen

Vandaag liep ik Moeder M met twee van mijn schatten tegen het lijf. Warme omhelzingen, tot drie keer toe. Zo gemist te worden, plat geknuffeld streelt het ego en het had na de boodschap van de ochtend daar meer dan anders behoefte aan. Vanwaar die hartelijkheid. Omdat het zo anders is geworden, na het vertrek, vonden ze. Hoe de school is opgedeeld in strepen. ‘No going area’s’ die vroeger vrij toegankelijk waren. Op het plein moeten wachten, je letterlijk buitengesloten voelen. Dat was hun boodschap en de opmerking over aandacht van Rupsje viel door dit  belangrijke issue op haar plek. Door een denkbeeldig rood/wit lint te spannen geef je een indruk mee. Interfereren mag tot op zekere hoogte, maar het voelde voor hen niet meer als samen. Het draaide niet langer om gezien worden. Er werd, naar hun beleving, afstand geschapen. Duidelijke structuur kan, zonder iemand erin mee te nemen, spontane aandacht omzetten in distantie.

Het geheel hadden ze aan mijn vertrek gekoppeld. Maar daar lag het niet aan. De veranderingen zouden zich ingezet hebben en blijven voortgaan, ook als ik gebleven was. Het zorgde voor mijn besluit om nog een jaar te freewheelen op andere scholen. Ik had de overgang, het afgesloten zijn, nooit eigen kunnen maken. Het geheel is de som der delen en elk deel was me even lief. Hoe kon ik anders.

147

Het maakt iedere overgang moeilijk. de vraag is of je oude schepen moet verbranden. Is er de mogelijkheid ze in te weven tot een nieuw tapijt. Ze verdienen de credits. Een nieuw systeem is als een nieuw kleed dat gemaakt wordt. Er vallen gaten in het stramien, er ontstaan knopen in het samengaan van de weefdraden. Voor een probleem is een oplossing, als de verwevenheid maar blijft. Die sterke ondergrond geeft elke nieuwe visie een bodem, zelfs als regels zouden veranderen. Aandacht voor elkaar in rollercoastertijden, aandacht voor de situatie en aandacht voor het proces. Pak elkaars handen en weef.