Uncategorized

Zo’n moederhart dus!

Gisteren heb ik voor het eerst sinds lang het moederhart gevoeld, zoals het vroeger klopte, als zoons of dochters een avond aan het stappen waren en ik wachtte op hun thuiskomst. Het zijn er vijf. In totaal heeft het arme hart nogal eens overuren gemaakt. Nooit laten merken en me altijd slapend gehouden, kinderen hebben recht op een onbezorgde avond. Daar draagt overbezorgdheid niets aan bij. Bovendien lopen ze niet gauw in zeven sloten tegelijk.

Ingang van woolloomooloo.

Herinnering: Met vriendlief dook ik regelmatig de Utrechtse nachten in eind jaren zestig. Het begon altijd met een kop koffie aan de vismarkt in de Metro, een wijntje in de Vriendschap, dansen bij Woolloomooloo, een uitzwaaier in het Pandje en een afzakkertje in de Bedstee. Als je op tijd binnen was, kon je daar de nacht zelfs doorhalen. Mijn moeder was op de een of andere manier altijd wakker als ik thuiskwam. Ze opende de deur op een kier en sluisde me door  naar boven. Ze moet als de dood zijn geweest voor het feit dat mijn vader wakker kon worden en er wetenschap van kreeg dat zijn dochter op nachtelijke kroegentocht was gegaan. Het huis zou te klein zijn geweest. Een rechtgeaard politieman laat niet met zich sollen.

Nu ik zelf nachten wachtend heb wakker gelegen, begrijp ik als geen ander, dat ze bij het minste of geringste geluid -voetstappen, gemompel-altijd luider dan het feestbeest dacht-gerommel aan de deur, rinkelen van een sleutelbos- wist dat ik in aantocht was. Dat ze het als haar taak voelde om de weg te banen voor het plezier. Het was in  haar ogen onschuldig vermaak. De jeugd had de toekomst en het recht van zelf ontdekken, hoe het leven in elkaar stak. Er sprak een groot vertrouwen uit. Mijn vader zag de beren op mijn pad en voor zijn bureau in levende lijve. Ik was een dochter in het duistere nachtleven en aan de heidenen overgeleverd.

Ik heb mijn kinderen altijd in de waan gelaten, zoals zij mij in de waan lieten dat er niets gebeurde op al die stapavonden. ‘Wat niet weet, wat niet deert’ stond hoog in het vaandel. Bij mijn moeder, bij mij als kind en moeder en bij de kinderen. Mijn vader zou het pareren met het verdict dat we struisvogelpolitiek bedreven. Maar dan wel in de vrijheid om je eigen fouten te mogen maken, bedenk ik me nu.

Ik was het gevoel al weer een beetje kwijt. Het leek altijd verdacht veel op hyperen, zoals ik het noem. Hoog in de ademhaling schieten er beelden door je hoofd, die je liever kwijt dan rijk bent. Niet tastbaar en reëel maar flarden ongrijpbare ellende. Schuivende auto’s, een nutteloos draaiend fietswiel op z’n kop, een gevallen tas en altijd sirenes. Hoe veelvuldiger de beelden worden, hoe hoger die ademhaling gaat zitten en dan komen er de hartkloppingen bij, het getintel, de paniek. ‘Hyperdepiep’ in de gloria. We zijn er weer! Dat was lang geleden.

foto van Natalie Teeken.Als stippen in het zwerk

De oorzaak van de ellende was een sprong in het diepe van dochter en jongste zoon en een vriend van hem. Nee, niet bungeejumpend van een brug af, wat dochter me ook eens achteraf vertelde, maar vanuit een vliegtuig. Samen met een instructeur. Achteraf, aan de hand van de foto’s, weet ik dat ik er beter bij had kunnen zijn, dan had ik gezien welke voorzorgsmaatregelen er genomen worden. Maar nu zat ik mijn nagels te verbijten op bed en te hyperen als in de goeie ouwe tijd. Zo’n moederhart dus,  dat nu trouwens zwelt van trots als ik aan hun heldendaad denk.

Advertisements

One thought on “Zo’n moederhart dus!

Comments are closed.