Uncategorized

Specht vliegt op en ik kan door

Gisterennacht had ik zoveel pijn gehad ‘s nachts, door onder andere een opgeblazen gevoel, waardoor de rib de tent uitbrandde, leek het. Vanmorgen besloot ik rigoureus te stoppen met de paracetamollen. Ik wilde zelf weer voelen waar een en ander fout liep en door welke beweging. Het was de beste beslissing ooit, bleek deze nacht wel. Op de dag kon ik, zonder paracetamol, precies het handelen aanpassen aan de pijn en op tijd stoppen, waar ik anders misschien over een grens gegaan zou zijn. Het voelt fijn, geruststellend ook.

Nog een ontdekking. Ik kan op mijn rug slapen, echt. Kussens opschudden, in halfzit er tegen aan gaan zitten, iets onderuitglijden, ogen dichtdoen en sluimeren, waarna het overging in een heerlijke verkwikkende slaap. Dat zet zoden aan de dijk. Vanmorgen wakker geworden met dezelfde pijn als mét de paracetamol. Ergo: Het is goed dat ik de chemische troep het lijf weer heb uitgewerkt.

003

Zussen kwamen op bezoek, appeltaart van de Hema, mooie sterke gerbera’s  in een grote hoeveelheid. Ze kleuren de dag, Ze kletsen het gemiste Bologna aan elkaar en ik loop met ze mee door de uitgestorven stille straten van de Regio Emilia, hang tegen het hek van het gesloten kindcentrum van Reggio. De muggen voel ik niet, de grootste plaag tijdens hun verblijf, ondanks de cherubijnen op de muren van het huisje. De kleine prins die ik als sleutelhanger krijg, om het leed van de gemiste reis te verzachten, hangt al aan de autosleutel van de kleine blauwe Prins.

009

Mijn queeste van dertig jaar onderwijs en het invoeren van ervaringsgericht en Reggiogewijs projectmatig werken binnen het Jenaplan werkt niet overtuigend. Wat had ik graag een film gehad van alles wat we ooit creëerden. Zo ontstonden de grote groepswerken. Het grote dinoskelet in de gang, de enorme houten levensboom aan elkaar getimmerd van planken en plankjes, iedereen een eigen plank, het vleermuizenhol en grootvadersklok waar een kind zich in verstoppen kon, de Lorelei, teveel om op te noemen.

groepsstamboom.jpg

De filosofie van Reggio betekende de rijke leeromgeving, die Peter Petersen al omschreef en paste er naadloos in samen met ervaringsgericht werken. Ik denk terug aan de keer dat ik uit moest leggen wat een tegenligger was. Hoe we daar aan de weg naast de school langs de kant stonden te zwaaien naar de tegenliggers en daarna op het schoolplein de situatie van de weg na gingen spelen met de botsende tegenliggers incluis toen het fout mocht lopen. Op het laatst rollebolden ze over de grond van het lachen en het begrip tegenligger was er met liefde ingesleten om daarna naar de tramrails aan de andere kant te trekken om te zien dat het daar bijna niet fout kon gaan. Zelf proefondervindelijk bij het passeren van twee trams ontdekken waarom niet en antwoorden vinden voor de opgeworpen vragen. Daar kon een heel stilwerkuur mee voorbij glijden. Hard werken zonder het te merken. Het summum van leren.

Mijn aandacht wordt getrokken door iets wat beweegt in de boom voor het slaapkamerraam.Daar wandelt doodgemoedereerd een bonte specht over de takken. Hoe komt hij zo verdwaald in een van de meest autorijke straten in dit stadje. Het park ligt  twee huizenblokken verderop. Zoals altijd verwarmt de aanwezigheid van zo’n klein stukje natuur mijn hart. Het geluk lacht me toe, nu de geest weer in staat is, tot in detail, de kleinste bewegingen waar te nemen en niet langer afgeleid en vertroebeld wordt door pijn.  Het fototoestel is te laat. De vogel wordt bijgezet in de Memory Lane van vandaag, naast de gierzwaluwen, de boomklever en de vleermuizen, die op dit kleine stukje grond huizen en de goudvink en de geelgors in de volkstuin. Op school had ik de kinderen erbij geroepen en waren in de wereld van de bonte specht gedoken, vleugels gemaakt, snavels  gevouwen, boomstammetjes uitgehold…Zoete herinneringen om te koesteren. Specht vliegt op en ik kan door.

 

 

Advertisements
Uncategorized

Het hoofd rust nooit

Het is een bont gezelschap. Mensen uit Amsterdam,Sittard en Spanje, en een paar uit de regio. Er was een boot vol ouden en een boot vol jonge. Wij waren de oudjes. De indeling had anders gemogen. Een gemêleerd gezelschap schudt de kaarten. Het gesprek kabbelde, terwijl de boot voortgleed, de plastic champagneglazen uit elkaar of om vielen. de olijven en de nootjes rond gingen. De grootste aandachttrekker zat achter het stuur en laveerde met opgestreken bravoure door het water van de Hollandse IJssel. Vriendin zat met een brede glimlach onder de grote hoed jarig te zijn. De kinderen hadden deze verrassingstocht door heden en verleden in het geheim voorbereid en jongste dochter had er zelfs een ruzie mee geriskeerd door weg te gaan terwijl haar moeder haar een taak had gegeven.

Fuut, meerkoet, eend, twee buizerds boven de hoofden en een sperwer, duif en wat koppels ganzen. Hier en daar een stern die luid krijsend overvliegt. Iedereen richt zich op het water en niemand kijkt omhoog, valt me op. De Amsterdamse heeft mijn oude tante Nel op haar schouder zitten, als ze met het zware accent het groen in en rondom Amsterdam roemt. Nee op het platteland zou ze nooit kunnen wonen. Ze trekt haar chiffonjurk recht. De donkere glazen van haar zonnebril voorkomen de meetbaarheid van het gevoel.

027.jpg

Zestig werd ze, mooi en rond getal. Ze schudde haar prachtige witte haardos en zei, schoudertrekkend, dat het allemaal niet gehoeven had. Zo vreemd als alle aandacht naar haar toe ging. Herkenbare verlegenheid in een onverschillig jasje. Wie haar kende en dieper prikte, wist hoe gelukkig ze vandaag was. Het gesprek ging over geld en mannen, waar vrouwen dol op waren, volgens de stuurman. Maar dan had hij de verkeerde vrouwen in de boot. Vriendin, Spanje en ik gaven niets om mannen met geld. Af en toe was er een verlangen naar een winnend lot voor een little Tiny House, een tuinhuis of geld om te kunnen stoppen met een arbeidzaam leven, als het pensioen nog niet in zicht was en daar bleef het bij. Leven vulde zich al met meer rijkdom dan geld ooit bij elkaar kon sprokkelen.

093.jpg

Bij Montfoort draaiden we om en voeren terug. ‘Heen en weer’, zong de Heen-en-weer-wolf van Pluk in zijn versierde bloemenboot, Drs P kraste mee. Ooit was vriendin Sebastiaan de spin en ik Mevrouw Helderder die alle personages weer terug in het boek Ziezo’ veegde midden in het bos. In een boom zat de giraffe van Dikkertje Dap. De lange nek hoger dan de boom, waar hij in zat.  Op een schoolkamp kon je alles verwachten. Elk jaar verzonnen we met kerst een groot toneelstuk in een thema met marionetten, torenkraai, kantoorjuffrouwen, heksen of Sneeuwmannen in een decor van hout, karton en lappen. Het toneelspel werd afwisselend onderbroken door schimmenspel en lichteffecten.  Samen konden we elke wereld tot leven roepen en schreven herinneringen op de hongerige kinderziel.

0011.jpg

Ze speelt de sterren van de hemel op haar dwarsfluit en de saxofoon en die hebben we gek genoeg nooit gebruikt als muzikale omlijsting, peins ik op de terugweg. Één voor één de sterren…ik voel een verhaal opborrelen. Wat doe je als kind in een duistere nacht, waar de sterren verdwijnen. Zo werkt dat. Hersencellen opschudden, vragen stellen, associëren en antwoorden schrijven. Ik mag dan op retraite zijn, het hoofd rust nooit.

 

Uncategorized

Dat gun ik iedere laatkomer

De droom stond in het teken van te laat zijn. We sliepen allemaal veel te lang door. Met douchen moesten we uitvoerig op elkaar wachten. Het Jack Nicholsonachtig vriendje met de bijbehorende bravoure en een jong meisje met een hals als een gazelle, die van heel veel handelingen iets vond. Doorgaans afwijzend. We moesten naar een feest. Het lijdend voorwerp van het feest was er zelf ineens en ook te laat.

Toen we uiteindelijk op weg gingen had ik me niet opgemaakt, de verkeerde handtas bij me, zonder lippenstift. De hond moest nog uit. Waar kwam die hond ineens vandaan. Dat wilde Jack Nicholson wel even voor me regelen. Hij grijnsde zijn bekende grijns van oor tot oor. De ogen spraken over een wereld achter het hedendaagse. Een mug verloste me uit mijn lijden.

009fragment van Dali: De persistance of memory

Te laat komen ken ik al lang niet meer. Meestal zorg ik dat ik ruimschoots voor tijd aanwezig ben. Het is een kwestie van managen en vroeg genoeg beginnen. Nou heb ik makkelijk praten. Uitslapen kan ik niet, douchen duurt hooguit een minuutje of vijf en de dagcrème, foundation, oogpotlood, mascara en lippenstift zijn in een oogwenk aangebracht. Geen oeverloze lange studies voor de spiegel, geen ingebouwde zorgen omtrent het uiterlijk, borstel door het haar en klaar. Als je haar maar goed zit.

Vroeger werden we voortdurend gemaand niet te treuzelen. Er moesten 13 mensen van de kleine badkamer gebruik maken.In het begin was er nog geen sprake van een dagelijkse wasbeurt. Het ochtendritueel in de Amandelstraat is weggeglipt uit de herinnering. Welke deur ik ook openzet, ik kom alleen maar bij de ochtenden in eigen huizen en kamers uit.

Er zijn mensen in mijn kringen die altijd te laat zijn. Ze moeten nog douchen als we al onderweg naar hen toe zijn of weten nog niet wat aan te trekken. Er moet koffie gedronken of naar het toilet gegaan, de twijfel over de outfit gooit roet in het eten, de keuze in schoenen is nog niet gemaakt, er kwam nog net een mailtje binnen. Honderd uitvluchten.

Ik denk aan het liedje van de Schellebellen: ‘Mijn wekker was stuk en de brug stond open, mijn band was lek dus ik moest gaan lopen. Och Tineke kom kom, verzin wat anders, verzin wat anders. Ach Tineke, kom kom. Je bent te laat maar waarom.’ Het schalt al het hele leven mee, zodra ik de term ‘te laat’ hoor.

Een ander onvergetelijk lied is het lied van het witte konijn uit Alice in Wonderland. Het is voor mij dé klassieker bij uitstek. Elk kind dat bij mij in de groep heeft gezeten, kent de tekst. Ooit hoorde ik, erg jong nog, zelf het geneuzel  van het witte konijn op een van de plastic Epeetjes, die je of door de brievenbus of bij de Gruyter kreeg.  De tekst is woord voor woord in het geheugen gegrift. Het schijnt uit de Disneyfilm te komen die over  Alice in Wonderland is gemaakt. Het wordt gezongen door het witte konijn die op zijn, uit de kluiten gewassen, zakhorloge kijkt en zenuwachtig heen en weer rent.

‘Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat, nu loop ik hier als wit konijn te hollen als een haas, maar het is niet overbodig hoor, ik moet naar het paleis, men heeft mij dringend nodig hoor, breng mij niet van de wijs, want bij de koningin kom ik niet graag te laat. Hou mij niet aan de praat, ik ben te laat, te laat, te laat.’

Het jachten en jagen van de ochtend is ongemerkt vervangen door het bedaarde wakker worden. In alle rust, het liefst als iedereen slaapt. Op eigen tijd en in eigen uur het hoofd rekken en strekken, de gedachten ordenen met een kleine mijmering en de aandacht richten op het moment. Daarna kan de dag beginnen. Het gaat al jaren zonder wekker. Er is niets zo relatief als tijd, als je de tijd neemt zo ze zich aandient.

Het was dé tegenhang voor de dagelijkse hectiek. Nu kabbelt ze voort. De hele dag door. Niets moet en alles mag. Wat een verademing. De tijd aan jezelf hebben is de grote winst van met pensioen gaan, waar het ‘moeten’ mogen wordt. Dát gun ik iedere laatkomer.

 

 

Uncategorized

De wereld van de kwetsbaarheid

Appjes van een gemiste avond. Een ontmoeting met een vijftal mensen, waarmee ik in de jaren zeventig de opleiding verpleegkundige-A had gedaan. Het waren de mensen die het meest met elkaar optrokken in die tijd. Er hoorden nog twee anderen bij die net als ik verhinderd waren.

Het poortgebouw(foto Wiki)

We schrijven 1973. De poort van het Academisch Ziekenhuis te Leiden zwaaide open voor ons, verse nieuwkomers. We hadden er drie maanden basisopleiding op zitten en waren klaar om de praktijk in te gaan. We hadden leren bedden op maken, in sinaasappels prikken, nachtspiegels schoonspoelen, veredelde wasbeurten geven met washanden en handdoeken voor onder en boven. In een gepikt en gesteven uniform, waaronder kousen verplicht waren, ook al vielen de mussen dood van  het dak en dat gelukkig geen kapjes meer vereiste, maar wel opgestoken haren.

Ineens weet ik, nu ik dit opschrijf, waar mijn hang voor mijn losse uitwaaierende haren vandaag de dag vandaan komt. Het stamt uit die tijd. Aan alle kanten piekten bij mij de haren uit het kapsel. Zuster Berkhout van de Longafdeling had een keer mijn haar zo strak in een knot gedraaid, dat ik nog de ontlading voelde toen de pin weer uit mijn haren schoot, wat een verademende vrijheid aan de tintelende hoofdhuid gaf.

We waaierden uit over de afdelingen. Mijn eerste stage was op Urologie. Welkom in de wereld van het Corpus en al haar excreten. De zoete geur van de grote 24-uursflessen urine hingen als moerasdampen over de bedden heen in de hoge zalen, waar vaker 6 tot 8 mensen lagen. Spoelkeukens werden bijna belangrijker dan die voor de inwendige mens. Hier werd alchemie bedreven. Men snuffelde, vergeleek de kleuren, de helderheid en de neerslag. Hoeveelheden werden per dag met de hand genoteerd en bijgehouden. Scheren van knopjes tot knieën werd een begrip. Mensenlijven waren voorbestemd om beter gemaakt te worden en hadden elke andere associatie uitgebannen. Met gierende zenuwen en trillende handen schoof ik de eerste katheters voorzichtig verder. Ondertussen bleef ik me verbazen over de kwetsbaarheid van de mens in de veelvoud van haar verpakking.

Rapporten werden geschreven, conclusies getrokken, handelingen verricht waar ik, tot vlak daarvoor op de kleuterkweek, nog nooit over had nagedacht. Wonden en bloed waren alledaags besef. De vraag was niet hoe eng het eruit zag, maar hoe de schade beperkt kon worden en daar gingen we voor. Dood trad in en haar nietsontziende keuzes. De zeis maaide soms onder de handen het leven nog weg. Een haastige vlucht naar Isfahan werd als zinloze handeling een feit. Er viel niet te ontsnappen, als de tijd gekomen was.

Het verschil in sfeer tussen de chirurgische en de interne afdelingen was groot. Hiërarchie heerste vooral op de eerste, waar artsen met een superieure houding zich boven het voetvolk stelden.  De internisten waren altijd menselijker, in voor een praatje, belangstellend en oprecht geïnteresseerd in heel de mens en niet alleen maar in hun vakgebied.

Neurologie in het oude gedeelte van het ziekenhuis, met haar infarcten, afasiën en de gestoorde motoriek, zorgde voor het besef van nietigheid. Als de transmitters niet goed meer functioneerden, waar bleef je dan. Decennia later vielen de beelden, de lange kloostergang met het hoge plafond en gebroken licht door de hoge ramen op de witte kalkmuur, samen met de sfeer, die de schilderijen van Michael Borremans oproepen. Vervreemding, het wezenloze staren, de voldongen feiten van de onmacht. Emotieloos gleden de ogen langs me heen, waar in de onpeilbare diepte nog ergens besef moest zijn.

Brussel (23 van 78)Michaël Borremans

Ik had graag daar in die kroeg in Leiden gezeten, om verhalen te horen, anekdotes uit te wisselen, herinneringen te delen en verleden tot leven te zien komen in de gegroefde gezichten, waarin overduidelijke sporen van de jeugd van weleer. Voor nu was het al een feest om met de gedachte even terug te zijn in dat oude Academiegebouw, dat destijds al haar geheimen prijsgaf aan een kleine groep argeloze ontvankelijke mensen die, onder de grote poort door, de wereld van de kwetsbaarheid binnen trokken.

Uncategorized

Het wereldleed dendert door

Gisteren in slaap gevallen eer ik de laatste twee pijnstillers van de dag kon nemen en vanmorgen pas weer wakker geworden. De pijn is nu even pittig, maar nog steeds draaglijk. Dat betekent dat ik kan afbouwen. Eindelijk. Wat heerlijk als mijn lijf een chemisch onderdeel minder te verwerken heeft.

Op de dag had ik een mooie bloeiende hangplant en veel lieve aandacht ontvangen van een van mijn meelevende vriendinnen. Vanaf het eerste moment dat ik de laatste jaren het wankele pad der gezondheid  opliep, is ze er geweest. Mijn eigen Florence Nightingale, die stilletjes rondwaarde, de ergste plooien van paniek en ongerustheid glad streek en onvermoeibaar mijn litanieën en spraakwatervallen aanhoorde bij opname of eerste hulp-perikelen. Een keer of drie heeft ze naast me gezeten in zo’n onpersoonlijke setting vol apparatuur, toeters en bellen en bezorgd op me neer gekeken en afgeleid. In nood leert men zijn vrienden kennen, fluistert het verleden.

Toevallig kwam vanmorgen een andere held om de hoek kijken. Nico de Beer schreef een stukje over Carole King en bij het lezen ervan, voerde het me terug naar de tijd dat ik met een moeizame weeëntocht van twee dagen naar de geboorte van mijn tweede dochter gleed. Iedere keer weer als het lijf met een overmatige contractie vruchteloze pogingen deed, zong ik mee met Tapestry en het alles omvattende nummer ‘You’ve got a friend.’ ‘If your down and troubled and you need some love and care…’ Door de pijn schalde het steeds luider door het huis. Het hielp. Zingen helpt om letterlijk de sensatie af te leiden van het ogenblik.

We zaten op de bank en keuvelden , deelden verdriet en leed, de fijne uren. Heel het leven in een notendop achter een kop koffie om de ongedeelde tijd te overbruggen en alles viel als vanouds weer samen en deden uren van gemis teniet. Zo werkt dat met goede vrienden. Daarmee kan je bruggen slaan in de tijd.

Pijn hoorde ik in het ‘Por Dio’ van de Italiaan, die door het ongeloof, in alle toonaarden zijn God aanriep, toen hij getuige was van de verschrikkingen van de ingestorte Morandibrug bij Genua. Hij bleef het maar herhalen bij een uitzicht op de brokstukken, van wat net nog een wegdek was geweest. Onvoorstelbaar en toch gebeurde het. Op de televisie worden de gestolde beelden door de kreet begeleid. Het afgescheurde stuk asfalt met als in een film een vrachtwagentje nog vlak voor de rand en erachter een onpeilbare diepte aan brokstukken en leed.

053Eigen poging

Mijn Bologna-reis had er vandaag opgezeten. Ik heb Morandi gemist. Zijn serene schilderijen niet in levende lijve kunnen aanschouwen of zijn energie mogen voelen in het atelier aan de Via Fondazza, dat voor bezichtiging openstond. Ik had door de heuvels kunnen lopen van de Regio Emilia samen met de zussen en de natuur kunnen zien met de ogen van een oude meester. Het heeft niet zo mogen zijn. Maar ik had nooit aan hem en het gemis herinnerd willen worden door het onvoorstelbare leed van de, naar hem vernoemde, incapabele brug.

De zussen komen naar huis. Morandi wordt straks weer een stil leven, alleen voor de kunstkenner en de liefhebber een begrip. De brug, het symbool van onvolkomenheid, chaos en verwarring, is onverenigbaar met de naam van de kunstenaar, die zijn hele leven de ordening bleef vastleggen, maar daar draait het niet langer om. Leed is erger. Mijn pijn is te verhelpen met wat witte pillen, met de zang van Carole King en, meer nog, met de lieve aandacht van de vriendinnen. Het wereldleed dendert door.

 

 

Uncategorized

Een nieuwe horizon

Gisterenavond zapte ik mezelf ineens in een uitzending van een scout, die modellen zocht. Hij scheen bekend te zijn, al had ik nog nooit van de beste man, laat staan van het programma, gehoord. Maar het speelde zich allemaal af in Utrecht. De vismarkt in beeld. Als Utrechter moet je van goede huize komen om dan door te zappen.

Gezicht vanaf de Maartensbrug met o.a. de Vismarkt, Kalisbrug en in de achtergrond het Utrechtse stadhuis.De vismarkt.(foto wikipedia)

De Vismarkt. Daar was het allemaal begonnen. Ik ging er werken in de Metro. Een kleine koffiekelder op de hoek. Twee lange smalle kelders, waar de toog om koffie te halen de verbinding was. Het was er schemerig en het rook er muf, naar vocht dat erin geslopen was en er niet uit te stoken viel. Daar leerde ik de Inside Crowd van Utrecht kennen. Het was een bont gezelschap van voornamelijk scholieren en beginnende studenten, omdat de Metro nog niet het vervaarlijke imago had van de Trechter of Sarasani, waar gedeald werd. Er werd alleen maar koffie en thee en frisdrank geschonken. Ontgroenen in de Metro en daarna het ruige leven in.

001In de henna

Riny zwaaide er de scepter en ze zorgde ervoor dat mijn verlangen naar Henna haar ontwaakte. Dat kleine muizige koppie, met die enorme dikke vlechten koperglanzend haar, zo waanzinnig gezond en mooi, waren het gezicht van de tent. Voor dat glanzen had ze een middel, dat ze zwijgend verschool achter een geheimzinnige lach. Voor jou een vraag, voor mij een weet…Haar ogen spraken boekdelen.

Er was een grote kern van vaste bezoekers. Onderling ondernamen we van allerlei activiteiten. Zo voeren we met een BM-er via de Vecht naar een eilandje bij Bon in Vinkeveen, waar een grote legertent stond met wat losse tentjes er om heen, of we reden in een lange slinger brommers er naar toe.  Elk weekend was het feest. Muziek van Yethro Tull, the Doors en the Stones afgewisseld met een stevige blues schetterde over het rimpelloze water en ijlde de nacht in. We stommelden onder een roes van wijn en bier de dansvloer op en ‘s nachts werd het echte leven ontdekt in de kleine tentjes ernaast. We maakten lol overeenkomstig de leeftijd . Uit de schulp gekropen pubers waren we, bijna de puisten ontgroeid en op weg naar wat ouderen volwassenheid noemden.

Dat was een wondere wereld voor mij, waarin veel te ontdekken viel. Het lapte dat voorgeprogrammeerde gezinsleven waar ik uitkwam, aan haar laars en volgde een eigen modus. Men sprak soms in raadselen voor mij, grapjes ontgingen me, kwinkslagen gleden langs me heen. Ik was de zaterdagavonden ternauwernood ontgroeid, waarbij we in pyjama, schoongeboend en met natte haren, een stroopwafel van de markt in de vuist, voor de buis gekluisterd zaten met Rudi Carrel, die nog gewoon Nederlands sprak.

Langzamerhand schoof de rebellie in de keuze van de kleding en de make-up, maakten we een statement met een flaphoed en een grote zwarte maxi-jas, die ik onder oma’s handen vandaan gebedeld had. De Musk, de Patchouli en de dikke Afghaanjassen gingen de strijd aan met de muffe Metrogeur en wonnen glansrijk. Het was de zomer van 1969. De wereld lag aan onze voeten en alles was nog mogelijk. De Vismarkt en haar Metro, de poort naar een nieuwe horizon. .

 

Uncategorized

Terug

In het dagboek van mijn moeder zoek ik de datum van vandaag. 13 augustus, maar dan in 1985. Dat is exact 33 jaar geleden. Ze is dat jaar 66 jaar geworden, net als ik straks in september zal zijn. Mijn moeder was daar even oud als ik. Waar gingen haar gedachten naar toe op zo’n voortkabbelende doodnormale dag?

030

Het eerste stuk gaat over mijn vader. Er is een mijlpaal geslagen. Hij wil een zuster om hem te helpen. Ze is eufoor, want dat zou betekenen, dat ze ontslagen werd van de dagelijkse belasting om hem te helpen met wassen. Iedere keer weer gaf dat veel misbaar en gemopper van zijn kant. Ze  moest het op alle fronten ontgelden. Ze wreef te hard, ze wreef te zacht, ze was te gehaast, ze was te langzaam, de washand was te ruw, ze gebruikte overdadig veel zeep of te weinig, ze dacht niet aan hem en zijn pijnlijke botten, zijn arme hoofd, zijn hulpeloosheid, zijn ellende, ze dacht alleen maar aan zichzelf. Als hij dan eindelijk in zijn stoel voor het raam was geploft, de koffie zijn hart verwarmde, keerde de rust weer en ebde de onmacht zijn lijf uit.

Mijn moeder had een brede rug. Er konden veel verwijten worden opgeladen, maar vanaf de dag dat mijn vader zijn herseninfarct had gehad, waren het er te veel. Ze rende het vuur uit haar sloffen en probeerde te sussen waar mogelijk. Elke dagelijkse handeling werd voor mijn vader een huizenhoog obstakel en mijn moeders taak was om dat weer tot de juiste proporties terug te brengen.

029.jpg

Haar filosofie bleef overeind. Op die dag, 33 jaar terug, schreef ze:

‘Vandaag heerlijk zonnig weer. Tot half acht buiten gezeten. Boek gelezen, bij de dingen van de dag, die kun je namelijk net zo vlug doen als je zelf wilt en dan blijft er tijd over om dingen te doen die je fijn vind. Je kunt zelfs die dingen niet doen, nog meer tijd behalve dekbed rechttrekken en kussens schudden, fles leeggooien, eten verzorgen, vaat wassen, dat moet hè. En de was, die ook. Ja, dat is het fijnst van 66 zijn. Je zit niet meer vast aan al die vaste gewoontes. E r kan geswitched worden, binnen de perken dan. Want er is ook nog een man, die op die vaste tijden eten, koffie enzovoort wil. Anders zou mijn leven zich wel aan dat eten maar niet persé  aan dit huis gebonden voelen. Vrij en blij.’

Mijn moeders leven werd, in de vijf jaar die haar nog restte, gekaderd door de ziekte van mijn vader. Het zorgde ervoor, dat ‘vrij en blij’ gestolen momenten bleven, buiten de mantelzorg om. Zo stijf als de botten van mijn vader werden, zo star werd zijn geest. Ondanks de moeizame omstandigheden bleef ze optimistisch.

Ze was zo oud als ik nu. Mijn beperkingen worden opgeworpen door het aangedane lijf, dat onder de omstandigheden van toen, het harde werken, de spanningen , de tegenslagen of door mijn eigen reacties daarop,  getob en gepieker, de overgang, zenuwen die zich niet laten inlijven, zich volledig overgeeft aan de opgelopen deuken. Souplesse van de jeugd, die een vaartje neemt naar elders en die de gelegenheid schept deuk na deuk op te stapelen in de vergrijsde spieren.

Aan de overkant zijn ze de bomen rigoureus aan het snoeien. Zenuwachtig vliegt een koolmeesje naar de boom voor mijn raam, nu met al dat brullende geweld de veiligheid onder zijn kleine pootjes wordt weggeblazen. Ook kraai en ekster doen luidkeels beklag. Het valt samen. Veiligheid, daar zoek je naar. Dat wordt weggenomen, zodra alles waar je blind op vertrouwen kon, steken laat vallen. Ze bladderen af, waar je bij staat, tot ongekende diepten. Vrijheid en blijheid binnen de perken. Mijn moeder kon dat laten rijmen. Achterin haar dagboek, aan het einde van dat eerste moeizame jaar van zijn ziekte schrijft ze: Dit jaar heb ik geleerd de buien over me heen te laten komen. Alleen als hij het echt te bont maakt, blaas ik terug. Over het algemeen ben ik en leef ik tamelijk optimistisch. Zo kom ik over en dat wil ik ook. Je kunt niet alles hebben en je moet leven naar de omstandigheden!!!’

boomMijn boom

‘Ik hoef niet op zoek naar een andere boom’ , zegt mijn moeder over de grenzen heen. Accepteren dat het zo is en er naar gaan leven, is haar devies. 66 zijn we vandaag, hier en nu en 33 jaar geleden. We hebben de wijsheid in pacht. Vrij en blij ondanks een leven aan banden, dat kunnen wij. Ik ben niet voor niets kind van mijn moeder. De boom aan de overkant staat er nog, met wat takken minder, maar met dezelfde levenskracht. De koolmees kan weer terug.