Uncategorized

De laatste kraal

‘Ik zou zo graag een ketting rijgen, maar ik kan de draad niet krijgen…’ Wat schuilt er in een mens toch een wonderlijk vermogen om in een volkomen afwijkende associatie te belanden.

Twee zalen vol mensen, die allemaal hun eigen relatie hebben opgebouwd tijdens het leven met die ene persoon, waar het allemaal om draaide die dag. Zijn leven dat zo abrupt, na een maandenlang ziekbed, eindigde. Toch onverwacht, toch volkomen tegengesteld in de lijn der verwachtingen, ook al waren de prognoses moeizaam en vreesde men herhaaldelijk. Hij overwon alle obstakels tot de wil overvallen werd door een onoplettendheid, die hij zelf niet in de hand had. Hij raakte in de war.

017

Ik moest aan de ketting denken omdat het enorm druk was op het afscheid. Ieder van die mensen had even of wat langer opgelopen met hem, ieder van hen was een kleine of grotere kraal geweest aan de ketting, een kiezel op zijn pad, de weg, die hij gegaan had. Bij het laatste ritueel, het afscheid gevangen in een bloem, die bij hem werd neergelegd, reeg de ketting zich aaneen tot het snoer dat oneindig leek. Is dat de flits die je in het uur van de dood in beelden gevangen terug zal zien.

2016-03-20

Er gebeurde nog iets opmerkelijks. Bij alle duizend doden die ik uitgestaan heb tijdens vorige droeve begrafenissen trok het hele arsenaal aan me voorbij en pochte verdriet met al haar andere verdrietigheden, waardoor het een zware en heftige ervaring werd. Of het door de entourage van het zalencomplex kwam weet ik niet, de kist stond prominent voorin, de bloemen eromheen geschikt, het was niet anders dan in een kathedrale omgeving, maar toch. Geen glas in lood dat gedachten uit elkaar liet springen in honderden minuscule vertakkingen, geen wolk wierook die een bevlogenheid met zich mee bracht, maar heel veel sprekers, die allen hun eigen parel aan dat snoer regen. Ik zou zo graag…. Het lied ging maar niet uit mijn hoofd.

Alle vrienden waren er, de familie die ik zo goed kende, het lief en leed in alle vertegenwoordigers was aanwezig. De woorden van de kinderen, die hun vader moesten missen sneed de gebruikelijke kerven in mijn ziel, waar eigen kinderen al eerder met dit bijltje hadden gehakt en nog steeds spaanders bij elkaar vegen om het beeld te helen. De woorden van zijn vrouw, dapper en sterk, ondanks de pijn, een knop om, zegt iedereen, een bovenmenselijke kracht denk ik, die gemis kan verwoorden, dat niet te vangen is, gevoel dat als een sluier zielen bindt. Zij hier en hij daar, een grens te ver en toch bereikbaar, de kracht van het verbonden zijn.

048

De pijn welt op, verdwijnt, zwelt aan en verdwijnt in opgerakelde herinneringen. De wijn, de broodjes, maar vooral de eigen bijna doodervaring is daar debet aan, begrijp ik nu. De aanvaarding van het feit, dat alles eindig is. Dát zorgt voor de andere insteek, het lied dat door mijn hoofd heen spookt, waar anderen, die daar aan het rijgen zijn, ook mijn levenssnoer voor een gedeelte rijgen. Dat besef ten voeten uit, niet de entourage, niet het aantal doden, niet de bloemenzee, maar de bewustwording van de eindigheid en een snoer dat ooit de laatste kraal zal rijgen

Advertisements
Uncategorized

Letterlijk en figuurlijk

Weer een stralende dag op rij. Hoeveel zonuren mag een mens meemaken op een koude winterdag. Er lopen heel veel werklieden rond de flat. Ze blazen stuk voor stuk kleine tekstballonnetjes uit. Hun woorden waaien weg in de drukte, of in het heien of in het boren of in het geschreeuw zelf. Ze ploegen zich een weg door modder of bikkelharde grond, zoals nu, in de vroege ochtend, als de zon nog niet haar warmte heeft kunnen delen.

IMG_2089.jpgDikke das en jas…

Ze trekken hun mutsen diep over de oren. Dat daaronder diepe fronsen liggen, wordt duidelijk als je de versmalde oogopslag ziet, die peilend de situatie van elkaar en de werkplek in de gaten houdt. Ze hebben de twee bomen, waarom ze dikke buizen moeten vernieuwen of leggen, naarstig met houten stambeschermers omkleedt. Wat slordig, de oude kastanje heeft haar kleedje met een sleep meegekregen. Er om heen, een allesbehalve veilige situatie, zwermen de schoolkinderen op hun fietsen of huppelend aan de hand van hun ouders. De honden die uitgelaten worden kijken wat misprijzend naar het aantal meters, dat voorheen een mals en groen grasveld was, maar waar nu de ijzeren platen het gras dieper de modder induwen. Tegels liggen klaar. De omgeving wordt straks gelijk aangepast. Het nutteloze groen zal straks een alleraardigst doorloopje worden met plukjes gras , in plaats van lappen.

IMG_1998.jpgStralende winterdag

Mijn verbazing geldt de mannen. Ik heb het altijd stervens koud. Hoe warm ik me ook kleed, het eindigt altijd in een blauwdruk van mijn eigen persoon, zo’n winterdag. De vingers, de handen zijn van een doorschijnende ouderdom die niet strookt met wat de kalenderjaren aangeven. Om over de neus nog maar te zwijgen. Als het even kan is het de graadmeter bij uitstek voor opkomende vorst. Bij de minste daling van het aantal graden celcius is neus van de partij. Mijn voeten corresponderen met wat neus aangeeft. Tenen liggen bij het minste of geringste piezeltje koude los in de schoenen. Dat verwacht ik. Iedere keer als ik de kistjes uittrek ben ik verbaasd, dat ze gewoon nog vast zitten.

Dit fenomeen ken ik eigenlijk al mijn hele leven. Ik was een ramp op mijn Friese doorlopers. Doordat de koude niet alleen om mij heen maar ook in mij was geslopen en het hele buizenstelsel had uitgeschakeld, was het gevoel nergens meer aanwezig. Met mijn ijskoude vingers kreeg ik geeen fatsoenlijke strik of knoop in de onhandelbaar lange katoenen veters en op het ijzer van mijn schaats, had zich binnen enkele seconden een laagje ijs vast gezet waar de gevoelloze voeten in de gummi laarzen sneller van af gleden dan ze er op stonden. Met mijn tenen had ik geen enkele grip meer op de situatie, die waren een geworden met de bevroren geitenharen sokken in die zelfde laarsjes. Zelfs de dikke krantenbubbels in de oude afgedankte lange broeken van mijn broers voelden koud en stug aan, onhandelbare bobbels die nog meer belemmerden. O onbehaaglijkheid, uw naam is vrieskou!

3 paar Mountain Peak  thermosokken

Natuurlijk heb ik alle nieuwe snufjes uitgeprobeerd, die daarna in rap tempo op de markt kwamen, maar kennelijk heeft mijn lijf een ingebouwde antenne om alles wat anti-vries is qua werking te niet te doen. Wintervacht in laarzen is aan mij niet besteed, thermo-ondergoed doet op geen enkele wijze wat het belooft, extra sokken, extra wanten omspannen liefdevol de ijskoude klompjes onherkenbaar paars en doorschijnen wit aan het eind van de middag. Alleen de schoonheid en de liefde daarvoor weten me tot op het bot te verwarmen en omarmen. Daar heb ik gelukkig genoeg van om me heen. Chapeau voor de mannen van de werkvloer in hun ijzige koude en voor iedereen die onvervaart alles wat koude is met het grote gemak trotseert.

Ik versla de kou wel met het woord door het glas heen of met een wandeling, die net voldoende is om snel weer op te kunnen warmen en niet te doortrekken van ijzige vrieskou. De winter, als de zon schijnt is het fantastisch, zolang er maar opwarmertjes in de buurt zijn, letterlijk en figuurlijk.

Uncategorized

In eigen tijd en eigen uur

Op de site van het literatuurmuseum vind ik een artikel van de hand van Bregje Hofstede. Ze schrijft over de Algemene Begraafplaats in Bergen waar ze toevallig was en de namen van bekende schrijvers en schilders vond. Tegelijkertijd realiseerde ze zich, bij het graf van Lucebert, dat hier niets terug te vinden was van de schilder zelf. Niets om hem heen, zelfs zijn eigen ontworpen grafsculptuur, roerde haar hart of beroerde de Lucebert in haar. Ik stelde mij zo voor dat het bij vorm en vulling bleef en niet bij voeding. Vindt de dode in het leven. Bregje vindt hem jaren later bij zijn oude verweesde schildersezel in het archief van het literatuur museum en het doet haar denken aan een oude man. In vogelvlucht schiet het aandenken aan verdiende ouderdomstotems aan haar voorbij. Met haar beelden roert ze mij. Zo werkt dat dus. In mijn gedachte sta ik voor die oude schildersezel en voel het gemis aan de rand van het graf, waar alleen die stoffelijkheid ten grave is gedragen. Daar huist de dood, maar niet het leven.

011

Het is een mooie queeste. In het kader van het overlijden van de zanger van onze band zie ik hem overal. In de herinneringen die hij oproept en  losmaakt, de nog bijna warm van leven gevormde verhalen in de grote oude zaal, de wijze waarop hij gedragen wordt door het geroezemoes, de steelse blikken, met als lichtend voorbeeld zijn vrouw en kinderen en het verdrietige leeg in hun ogen. Hij is hier overal in de mensen die met hem zijn opgelopen, leven met hem hebben gedeeld, intens of zijdelings, waar hij betekenis door kreeg en betekenis aan kon geven. In mijn geest staan elk woord en elk gebaar tijdens de optredens, tijdens de oefenavonden in het geheugen gegrift. De onderlijnde tekst is ongeduldig, humorvol, ontroerd, afgemeten, ondeugend, genietend, gemoedelijk. Karakteristiek geven ze gestalte aan zijn persoonlijkheid. Zijn persoonlijkheid voor mij. Voor ieder van ons is men van een verschillende waarde. Dáár is de dode terug te vinden.

Toen de vader van de kinderen zo plotseling wegtrok uit het leven vol van liefde en pijn zochten we jaar en dag naar kleine relikwieën in de nalatenschap van zijn bestaan. We vonden hem in een tafelkleed, dat uit zijn huis vandaan kwam, een kabinet, een armband, een ritueel als hamburgers met sperziebonen en meer nog in de woorden die doorklonken als Koek en Ouwe en in de immer weer tranentrekkende herinnering door de cd’s van Zjef Vanuytsel en Tracey Chapman. Ik vond hem terug in verhalen over morgensterren.  Hij trok met hen langs het grof vuil om een gevonden schat aan een verwaarloosd leven te onttrekken en er voor te zorgen dat het als nieuw de schuur verliet. Zijn verlangen liet zich vangen in beelden van oude Nortons, een vergeelde foto als stille getuige van iets wat een van zijn grootste wensen was geweest. Maar meer nog hervond ik de ruimhartige denker in de kinderen terug. In de manier waarop ze naar het leven kijken en er in wonen, hoe ze delen, samen helen tot de man die hun vormer was.

Ons leed is jaren her, we hebben naast het beeld het gemis gestalte weten te geven, maar wennen doet het nooit. Het open staan voor elke ontmoeting, ook al is het ver over grenzen heen, zorgt ervoor, dat ieder, op den duur, de ezel vindt die bij de dode past.. Op een dag. In eigen tijd en eigen uur.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Als je er maar voor open staat

Dromen in detail, wat een wonderlijke gewaarwording., net nog heeft iemand hele grote schuurwanden vol met kruiden gehangen, die moesten drogen. We moesten alert zijn op teken Die bleken zo groot als stevige kakkerlakken. Ja, ja. daar moet je het dan mee doen. iemand anders was hout aan het verzamelen en overal werden van die stilistische Woonmagazine plaatjes gemaakt. Ton sur ton rood bijvoorbeeld of een antieke fauteuil tegen een achtergrond van velours. Tapijten op de grond uit de grijze oudheid, waar de stalen in het museum van Amelisweerd niet bij zouden misstaan. De entourage was onbeholpen, wat agrarisch met houtvuren en grote ketels, soms hippie-achtig. De ruimte was enorm, ook om te dwalen. Misschien lag daar het antwoord in bestorven.

001

Of beperk je ruimte of vergroot hem. Aan mij de oplossing van deze puzzel. Of gewoon een droom en verder niets, geen uitduiding, maar een platte beleving. Nou geloof ik dar nooit in. Alles is van waarde. Dat bleek gisteren wel weer, toen ik mijn ziel had uitgeschreven en de vele reacties erop kreeg. Wat mooi, wat het heeft losgemaakt. Dat iedereen daar wel mee uit de voeten kon en uiteindelijk ik het weer een plek kon geven. Dat zijn de kostbare momenten in het bestaan, die we mogen koesteren. Noem het wijsheid, noem het filosofie, maar het gaat over de grens van de norm heen. Durven te zijn is een gegeven op zich. Het valt niet onder de noemer klagen, het valt niet onder de noemer aandacht vragen, maar het is een waarheid van het moment. Er gebeurt van alles om ons heen. Morgen kan het anders zijn.

IMG_2028.jpg

Een waarheid als een koe is, dat ik buiten deze geestelijke verlichtende schrobbering, enorme behoefte heb aan lichamelijke inspanning. De fysio moet deze week toch echt wel op gang komen, anders ‘kuier’ ik met ferme tred richting sportschool,. Niet alleen het lijf slibt dicht, maar ook de geest. Ze krijgt vullingen waar ik geen vermoeden van had. Het is de hoogste tijd voor de balans.

Kan een dergelijke mijmering verlichtend werken. Jazeker. Als  we toestaan, dat de schellen van de ogen vallen en dat ook durven beamen, is er weer een lichtend pad. De antwoorden klinken door in de wijze raad of de vele harten onder de riem. Ze zijn niet aan leeftijd gebonden. Het heeft alles te maken met een beleving en die kan willekeurig plaats vinden op welke leeftijd dan ook. Je hebt wijze engelen van dertig naast stokoude argelozen. De tijd om erover te peinzen is in alle voegen aanwezig. Tijd is een onbeperkt gegeven deze dagen. Het zorgt ervoor, dat ik iedereen wat meer prime time met zichzelf toewens. Ook al heb je het razend druk, ben je ‘onmisbaar'(een discutabel begrip) dan nog zou er ergens ruimte en tijd moeten zijn voor wat vruchtbare gedachtespinsels.

IMG_1938.jpg

Door de tijd ingehaald kan ik jullie dat als goede raad in ieder geval mee geven. Ik heb zeeën van tijd voor zolang het duurt. Dat is die onberekenbare, niet te missen factor, waar we te allen tijden rekening mee dienen te houden. Voor het te laat is. Wat wil ik zeggen voor het te laat is. In de reclame wordt het plat, maar de intentie is waar. Zeg tegen elkaar wat je voelt en geef de ander de gelegenheid om er iets mee te doen. Omdat het herkenbaar is, omdat we elkaar zullen ontmoeten op dat punt, zoals een wijze vriendin gisteren influisterde, omdat we daar de verbondenheid kunnen voelen van mens tot mens. Die ruimte geven is ontvangen. Ruimte dus, een droom die bewaarheid wordt, alles valt te duiden, als je er maar open voor staat.

Uncategorized

Élke trede telt

‘Wat zie je er goed uit’. Wat voor je is, kan ook tegen je gaan werken. Ik zie er  niet ziek uit. Hoe beroerd ik me ook voel, er komt altijd een klein beetje make-up om de hoek kijken waardoor ik, dankzij wat gestifte lippen, er uitziet als het toonbeeld van rust, in de ruimste zin van het woord.

‘Een goed verstaander heeft een half woord nodig’, zei mijn moeder al. Dan denk ik aan het onzekere glimmertje in mijn ogen, de onrust in het lijf, de gierende longblazen, de denderende bloedvaten, het kloppend hart en de verborgen ongeleide projectielen van gedachten die door de kop schieten. Dat zou je kunnen zien, als je me kent. Mijn kinderen prikken er doorheen, alsof het bordpapier is en leggen in enkele streken de ware aard bloot. ‘Ach ja, onkruid vergaat niet’, lach ik terug op de opmerking. Dat dus. Wanneer durf ik de hele litanie aan klaagzangen open te trekken om te vertellen hoe het echt met me gaat. Wat ik voel, hoe groot de gedachtewereld is waar ik me in begeef, wat dat met me doet en de bevrijding die het woord me geeft. Ondergeschikt aan het onderwerp slik ik mijn eigen wereld in en ga mee in die andere. De wereld van verdriet.

Embarrassment made by lemvanderlinden  acryl on canvas

Het overkomt me vaker dan me lief is. Ik ben er zo door van mijn à propos, dat ik vergeet dat ik naar het Hart van China kan kijken. Terwijl ik op de bank zit en zapp weet ik dat er iets belangrijks op televisie is, dat ik wil zien, maar ik kom er op dat moment niet op. Ik ben in de war. Niet om wat deze week het leven in haar beperking heeft neergezet, maar om die verstop-theorie van mezelf en het totaal ondergeschikt willen zijn aan alles wat erger lijkt, dan jou overkomen is.

Het besef kwam, toen ik een verhaal op Twitter las, van een man die zijn beklag deed, omdat hij zich gebruikt voelde door zijn vrouw. Hij had ooit haar dwingende levensstijl als een warm bad ervaren, omschreef zichzelf als de man met de dingetjes, die er niet toededen en die zij ook niet zo mooi vond. Hij genoot van haar mooie spullen, haar kamer, haar huis. Alles ging in zijn leven volgens haar wensen en toen dat leven voor een groot deel vervuld was, kwam er een spannende collega op haar pad. De goedzak, die alles altijd helemaal geweldig en goed vond, werd aan de kant gezet. Zijn beklag was het gevolg. Mijn reactie was als de reclame van ‘geschikt of ongeschikt’, waarbij het laatste vlak werd ingekleurd. Je had er op kunnen zitten wachten. De verbazing was er hooguit om het feit dat het zo lang duurde, eer deze omslag kwam. (de kinderen waren inmiddels pubers). Niet zij, maar hij had zichzelf gebruikt, had aangeleund tegen alles wat zij te bieden had, behaaglijk en comfortabel, zonder zelf keuzes te hoeven maken en stappen te moeten zetten.De beste man had zichzelf, lang geleden, in de steek gelaten en plukte nu de wrange vruchten van een leven zonder ruggengraat.

ro;trap stedelijk museum

In die categorie schaal ik het leven niet. Genoeg om te bestaan en eigen keuzes te maken. De spiegel die voorgehouden wordt is helder. Het wegcijferen in welke orde van grootte dan ook, werkt verwarrend. ‘Hoe gaat het met je’ gewoon beantwoorden met de werkelijke staat van zijn en niet met een makkelijke beleefdheidsfrase is de eerste stap in die richting. Het benoemen van de onrust, de onzekerheid, het wantrouwen jegens het eigen lijf, is het antwoord waar men recht op heeft. Zij, die het uit oprechte belangstelling vragen en zij,  die het uit beleefdheid vragen en door de eerlijkheid zullen worden wakker geschud.

Het leven zoals het komt, in alle facetten, van klein tot groot, van miniem tot ongehoord en het besef dat élke trede telt.

 

 

 

Uncategorized

De hele Oosterkade lang

Toch de kuierlatten weer aangedaan en naar het Centraal Museum getogen gisteren. Utrecht lag er zonovergoten bij en ik had zo’n behoefte aan wat mooie schilderstreken op een doek en wat geestelijke lafenis. Het was gehannes bij de audiotour. Wat er ook gebeurde, ik bleef het geluid niet door de meegeleverde koptelefoon horen. Weg met de overtollige ballast aan verhaal en uitleg, ik ga het wel voelen, was mijn impuls en de koptelefoontje kon weer tegen de circa vijftig andere aanleunen. Ze werden niet gretig afgenomen.

Het is er altijd een beetje donker, zelfs in de vernieuwde zalen. De schilderijen en sculpturen worden liefdevol en bezorgd toegedekt door het omfloerste licht. Alsof ik weer klein ben en met mijn moeder mee huppel naar het ondergrondse gewelf, waar in hetzelfde geheimzinnige licht en in een adembenemende geur het eeuwenoude schip de jaren lag te overbruggen. Onmiddellijk was er de sluier van heimelijkheid en nam dwalende beelden in mijn hoofd mee. Vikingen zag ik niet, veel eerder de nimfen en de witte wieven die er rond spookten. Ik ging iedere keer dapper de confrontatie aan, al klopte het hart me in de keel en wachtte ik op het spannende moment dat snijdende geur en het doembeeld samen zouden vallen.  Niets was angstaanjagender en tegelijkertijd heroïscher dan dit aardedonkere doorzetten. Weten en trotseren in een adem genoemd.

IMG_2046.jpg

Tussen de zalen door overvalt het stralende zonlicht en het alledaagse in de schoonheid van de Utrechtse Singel of de binnentuin met het terras. Alsof het een abrupt onttrekken is aan de  mijmering en de afreis naar die tijden van weleer. Even losgescheurd zie ik de kleine kinderen lopen in tulen rokjes met hun toverstaf in de aanslag en nieuwsgierig naderend achter het glazen frame. Ze spiegelen mijn verbaasdheid en turen ongelovig naar binnen. Als ze weer afdwalen wandelt er een deel van mij met ze mee. Is het een verjaardagsfeestje? Bij de volgende stap duik ik weer het schemer in en laaf me aan de schoonheid van vooral Citroen en Toorop, die veel meer aan mijn ziel trekken dan Koch en Willink. De grof gevulde doeken van Charley spreken vooral haar emotie uit, de harde lijnen die de kaken verbeten vooruit steken en de doordringende oogopslag de wereld in slingeren, heel anders dan het tere en breekbare strelen van Paul Citroen.

IMG_2040.jpgPaul Citroen

Na drie zalen is de koek op. Ik kan niet meer. Stil zitten en peinzen bij Koch’s meest indringende werk, die ik  al vaker bij verschillende tentoonstellingen had mogen bewonderen en die het waard blijven om hun uitnodigende entree te aanvaarden en af te reizen naar weleer. Het zijn de vier jaargetijden. Tere en ingetogen voorstellingen van de naderende periode. Je voelt de winterkou, de discrepantie van het pasgeboren lam en zijn hoeder in zijn sombere kleurstelling doen bevroeden dat deze nieuwe lente het niet heeft overleeft, de kracht van een uitbundige zomer en de levendigheid van de goudgele herfst laten geen twijfel bestaan. Peinzend verlaat ik de ruimte. Er kan geen verbeelding meer bij.

IMG_2087.jpg

Een dan nog, het absurdisme van een 3 D-etalage onderweg naar de auto lokt en ik ga de uitdaging aan. Een toetje, dat als glimlach besterft, de hele Oosterkade lang.

Uncategorized

Rechtvaardigheid en dood lopen niet hand in hand

Terwijl ik gisteren met een vriendin een al maanden gekoesterde wens aan het inwilligen was, gebeurden er op hetzelfde ogenblik zoveel paralellen aan leven. Wonderlijk genoeg kwam dat besef al bij de ene boom, die alle aandacht opeiste te midden van zijn goudgele omlijsting. Met eerbied en liefde keek ik naar haar krachtige uitstraling en kon niet anders beamen, dan dat zij het toonbeeld was van de kracht van de Solitude en kreeg ze wat ze verdiende: De volle glorie.

037.jpg

Op hetzelfde moment dat dat beeld deel werd van mijn leven, worstelde op een andere plek een gezin met het einde van een titanenstrijd van hun held. Ze had maandenlang geduurd en daarmee in ieders hart de hoop gevestigd, dat het leven een winnaar toebehoorde, zonder vraagtekens, zonder twijfel. Iemand die het lot aanvocht en zijn opgegeven strijd nog maanden voort kon schuiven, verdiende die volle glorie. Maar toen de donkere schaduw met zijn zeis het lichaam niet breken kon, sloop hij achterom en overmeesterde de ratio. De pijn sijpelde binnen onder het bekijken van de foto’s  van die grote Soesterduinen stilte en bleef hangen in haar pijn en grief.

014

Litlle grains of sand scheppen samen met de miljoenen waterdruppels de planeet die aarde heet, ik had ze die middag zien glanzen in hun natuurlijke eenvoud en in hun kracht van de vereniging. De uitgestrekte vlakten met de Magritte lucht erboven kiemden dat stille verlangen naar verdichtsel en schreven woorden in mijn hoofd. Het gesprek was er een van diepgang en gemijmer, hier en daar een filosofisch schuren, dat de omgeving wakker schudde en het bijbehorende gevoel van dankbaarheid ten opzichte van het leven zelf los weekte. Door de diepe dalen gegaan, afhankelijk van niet meer dan het lijf, dat onderging en de wil, die vocht om het bestaan.

Als we vroeger drensden en dreinden en luid riepen ‘Ik wil niet’ haalde mijn moeder een wijze boodschap aan: ‘Kan niet ligt op het kerkhof en Wil niet ligt er naast’. Daarbij duwde ze onverhoopt de vermaledijde zemen lap of stofzuigerslede in onze handen en hadden we maar te gaan. Alles behoorde tot de onbegrensde mogelijkheden als je maar wilde en het ten uitvoer bracht. Gisteren, nog niet op die grote stille zandvlakte, maar even daarna, wist ik heel zeker, dat mijn moeder het niet bij het juiste eind had. In haar optiek en toen misschien wel. Ze hadden immers de oorlog overleefd en de wederopbouw met haar bergen en dalen, de armoede  verslagen en de problemen in alle toonaarden getackeld. Maar op mijn veilige stek, een hoek van de bank, met mijn tekenboekjes, dagboeken, laptop, telefoon onder handbereik, kwam de boodschap binnen in het oplichtende venster, de letters zwart op wit en nauwelijks te bevatten.

‘Hij is omringd door liefde heen gegaan.’ Dat wist ik, die liefde, dat zachte bed om leed te dragen, de handen ineen, huid tegen huid om het verdriet te vangen en vast te houden met elkaar. Letterlijk een draagbaar voor verdriet.

019

Zo weeft zich de tijd voort. Schoonheid krijgt nog meer betekenis door haar kracht van de verbeelding die passen bij het beeld in mijn hoofd van de machtige eenzame strijder daar bovenop zijn heuvel. In mijn beleving zal hij daar van nu af aan altijd het symbool voor zijn. Een titanenstrijd, met de moed en de onuitwisbare wilskracht om te leven voor zijn liefde, zijn vrouw en de kinderen, maar ook om de levenslust die in hem woedde en hem de dood strijdvaardig diep in de ogen liet kijken, zodat die niet anders kon, dan slinkse paden te bewandelen om hem sluipend te overvallen met de genadeklap. Rechtvaardigheid en dood lopen niet hand in hand.