Uncategorized

Water onder de brug

Nog steeds aan het lezen in het boek van Renate: ‘Dagelijks werk’ en ieder hoofdstuk geeft aanleiding om de radertjes bovenin weer eens aan het werk te zetten. In het hoofdstuk van Geldzaken uit 2002 schrijft ze: ‘Als er maar genoeg tijd verstreken is, laat vrijwel elk drama uit je leven zich in twee of drie kalme zinnen navertellen. Al die emoties, die tranen, die slapeloze nachten…Je had ze jezelf net zo goed kunnen besparen, want na een paar jaar is alles water onder de brug.’ Relativeren is een kunst op zich.

Mijn moeder en mijn oma hadden er onmiddellijk aan toegevoegd: De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Daarbij hadden ze hun bedachtzame blik opgezet. Doordringend, vorsend ook, om te peilen hoe de uitdrukking zou vallen. Bij elk protesterig ‘Ja maar’ volgde een weloverwogen weerlegging, die niet zelden uitmondde in een nieuw gezegde. Ze waren mijn Orakel van Delphi après la lettre, als filosofen hun tijd ver vooruit.

De Pythia door John Collier

Renate haalt een waarheid aan, die niet te weerleggen valt. Als je maar lang genoeg wacht, strijkt de tijd de onwillige plooien glad. Verdriet, woede, wantrouwen verzachten met elke dag dat de emotie verder weg ebt. Soms zelfs zo dat je ineens op een punt bent aangeland, waarop de schrijnende pijn nog slechts oproepbaar is en niet meer als constante voelbaar.

Er zijn een aantal schrijnende verliezen voorgevallen in mijn leven. Dood wandelde voortdurend met me mee, omdat ik als een inktlap van vroeger, het verdriet opzoog als pure blauwe inkt, de vlek vergrootte en me het schuren van het verlies eigen maakte. In die vijver doopte ik vervolgens de inkt en schreef er dagboeken mee vol. Romanticus in de dop. Ik was een puber en vol uitwaaierende emoties, de Duitse taal kent die prachtige uitdrukking: Himmelhoch jauchzend zum tode betrübt”. Dat was ik en bleef ik tot in lengte der dagen

cropped-0011.jpg

Opa, oma, vrienden op jonge leeftijd, later vader, moeder, de vader van de kinderen ze gingen allemaal dood. De heftigheid is er af, inderdaad is het water onder de brug, de pijn opgegaan in het leven. Het gemis is gebleven. Net als de bijtende scènes bij het opheffen van de vriendschappen, verbonden die gesmeed leken voor het leven en die toch een einde vonden, een achtbaan aan emoties, zo hoog, dat het niet ooit te overstijgen leek door enig ander gevoel en toch kabbelde het ten leste een beek in, een meer, stilstaand water.

De muziek van de Dijk spreekt me daarom aan. Huub van der Lubbe penseelt een palet aan emoties in de kleuren van alledag. Ze zongen: ‘Niemand in de stad’ en daar maakte het water zich druppel voor druppel weer los, de doden kregen contouren, werden weer namen. Het zorgde er voor dat de pijn oplichtte voor zolang het nummer duurde en de woorden stroomden. Het mocht er zijn, gevangen in het lied, verzachtende ontlading.

050.JPG

Het komt allemaal langszij door die paar regels van Renate in een hele andere context. Ze werpt me jaren terug en leid me ‘het leven is lijden’ door tot het punt waarop ik, nu in kalm vaarwater, alles een plek weet te geven. Uit voorbehoud om het aangedane hart te laten rusten en omdat alles wat ooit zo belangrijk leek door de tand des tijds niet meer is dan dat. Een paar kalme zinnen en water onder de brug.

 

Advertisements
Uncategorized

Daar is alles mee gezegd

In het ‘Dagelijks werk’ van Renate Dorrestein komt een hoofdstuk voor dat handelt over de aspirant-schrijver. De schrijfster verhaalt dat ze ontelbare manuscripten opgestuurd heeft gekregen en dat ze met regelmaat ook mensen moet teleurstellen, net als de uitgevers, waar het desbetreffende stuk al eerder langs was gestuurd. Ze memoriseert zichzelf als : De vernietiger van dromen. Dat dit haar onder het tanden poetsen te binnen schiet, zegt alles over de orde van belangrijkheid. Ze heeft maar een eerste eis voor aspirant-schrijvers. ‘Het vermogen om kritiek te accepteren’. Dat is er een van levensbelang.

001Eindeloze oefening

Omgaan met teleurstellingen is iets wat je al doende leert. Door het leven zelf en de eigen rol daarin. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is het volgen van de ontwikkeling van het kind. Hele discussies heb ik aangezwengeld met ouders over de belangrijkheid van het stapelen. Eindeloos konden kinderen in de knutselhoek bezig zijn met stapelen van alles wat voorhanden was om dat met veel lijm en liefde, vooral dat laatste, aan elkaar te plakken. Als daarbij de berg steeds weer uit elkaar valt omdat de lijm niet deugt, moet er gezocht worden naar de juiste kleefkracht van bijvoorbeeld sterke lijm. Dus een beetje van jezelf en een beetje van het gereedschap. Ook de constructie kan niet deugen. Als je met een doosje begint en je wil er een grotere rij bovenop plakken zal het ook instorten. Door steeds alert te blijven en te vragen wat ze ontdekt hebben, wat wel werkt en wat niet, waar het aan ligt, wat er tegen te doen is om het op te lossen, groeit het inzicht. Teleurstellingen hebben alles te maken met het verwachtingspatroon dat het zicht op het inzicht in nevelen hult. De wens is de vader van de gedachte” hoor ik uit het verleden en zie de opgeheven vinger erbij.

025reflecteren kan je leren

Mijn reflectiekringen waren de basis van het hele onderwijs. Het leerproces kreeg zin door het open vragen stellen, door ruimte te geven aan de gedachte, door samen te filosoferen over oplossingen. Ergo, door het inzicht te vergroten en nieuwe manieren te vinden om de volgende stappen te kunnen zetten.

Je zou er vanuit mogen gaan dat het gesneden koek is als we groter groeien. Niets is minder waar. Het blijft een emotionele kant met zich meedragen en die laat zich niet snel onderschoffelen door kritiek. Waarom is men teleurgesteld als er afgewezen wordt, wat er gecreëerd is? Omdat het gevoel overheerst als persoon afgewezen te worden. Het is wat anders dan afgebrand worden, maar het ligt wel in diezelfde orde van grootte qua gevoeligheid. Onbegrepen reist men verder, om daarbovenop dezelfde fout te maken, omdat de kritiek niet binnenkomt.

035

Renate schrijft een brief naar een van die aspirant-schrijvers wat een bittere teleurstelling zal hebben opgeleverd. Toch zegt ze nergens dat de vrouw niet kan schrijven. Ze heeft het voornamelijk over de keuzes die er gemaakt worden om het verhaal pakkend te maken. Helemaal aan het eind wordt de deur geopend voor een nieuwe versie van het verhaal, met wat tips en mogelijkheden.  Dat laatste wordt vaak opbouwende kritiek genoemd. Ik zou, bij alles wat ik schrijf, een klein criticus op mijn schouder willen hebben zitten, met dezelfde vragen als in de reflectiekringen op school. ‘Waarom doe je dat, heeft het effect, zo niet kan je het een andere wending geven, waarmee het meer effect beoogt’. Enzovoort. Misschien zit ze er al lang. Fluistert ze van alles in mijn oren en boort vooral de kwaliteiten aan. Nu zegt ze: Omgaan met teleurstellingen is deuren openhouden voor mogelijkheden. Daar is alles mee gezegd.

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Als je er bij stil staat

Iedere keer als mijn lieve vriend uit Washington zegt wat hij meeneemt voor zijn dierbare thuisblijvers, wordt ik alleen al verliefd op het woord en nog meer op de manier waarop het uitgesproken wordt. Met zijn sonore timbre laat hij me weten ‘stropwaffels’ mee te nemen. De aanzet van het woord is rond in navolging van de o-klank, de waffels dragen een belofte aan hemelse zoetigheid met zich mee, waarbij de a het midden houdt tussen o en a. Op die manier wil ik wel honderd keer ‘stropwaffels’ eten. De oude probeert er een juiste uitspraak van te maken, maar het komt niet overeen met de smeuïgheid. Als de nadruk wordt gelegd op stroop krijgt het een calvinistische bijsmaak en is de zoetigheid verdwenen.

Wine gums van Bassett`s Winegums van Basset’s.

Niets is leuker om , als je Nederland gewend bent en weer terug gaat naar je land, de eigenaardigheden mee te tronen. Voor de vriend is dat winegums, want hij heeft ook lang in Londen gezeten en stropwaffels. De blik alleen al is hemels bij de herinnering aan de smaak en zeker als je het binnen de eigen landsgrenzen onbegrensd kan smikkelen. Smaken laten zich dat maar een keer zeggen en vergroten uit tot engeltjes die over de tong zweven. Vriend heeft gelijk en de oude natuurlijk ook, maar we gaan niet aan puriteins Nederlands doen als dat de smaak bederft. Zelfs drop klinkt koddig in het jargon van de vriend.

scannen0034      scannen0031

Herinnering: 18 jaar geleden liepen we door New York. De Twintowers stonden nog gebroederlijk naast elkaar en ik schoot foto’s van een bruid die daar de achtergrond voor de bruidsreportage van maakte. Eekhoorns draaiden als duiven om ons heen en de zwervers hadden op gemiddeld bijna elke bank in het park hun thuis gemaakt met plastic zakken en een goed gevulde vuilnisbak in de buurt. De oudjes in de drukke stad werden voortgeduwd door Nannies, jonge vrolijke meiden die samen uit wandelen gingen, twee oudjes in de rolstoel ervoor. Alsof ze met de babies rond dartelden. De gesprekken gingen dan ook over de hoofden heen. Nooit zal me dat overkomen, beloofde ik mezelf, in de bloei van mijn leven en met jeugdige overmoed. In een van de drukke winkelstraten viel een klein winkeltje in het oog. Het was een dropwinkel. Voor tien gulden, destijds nog, konden we een ons drop kopen. Wow, hoe kwam ik als fervent liefhebber aan die mazzel. Hoe duur betaald ook, een ons werd van mij.  De smaak werd er door versterkt, ook al haalde het bij lange na niet mijn lievelingssoort drop: Zacht en groot. Pinpassen of Klene’s grote om maar een zijstraat te nemen. Dit waren harde kokindjes en munten, maar hé, drop.

Stroopwafels

Bij de vriend ligt het anders. Hij is in den vreemde verliefd geworden op de lokale lekkernij en dat moet mee, omdat het niet te krijgen is in NY. Het gesprek ontspint zich op het moment dat we ons te goed doen aan pannenkoeken, die andere heerlijkheid van eigen bodem. Weliswaar met een Italiaans tintje voor mij met de mozzarella en de rucola, maar de mannen gaan over op de ouderwetse variatie met spek en stroop. We spoelen het weg met een witte wijn omdat de rode op is, vanwege de drukte van de kanaaltrots afgelopen weekend. Dat  kan alleen hier, waar de oude contouren van de kelders zich weerspiegelen in het water en de zon bleekjes doorbreekt op de dun bevolkte terrassen. Binnen is het warm, geen muziek, jonge studenten en een muntkelder met lekkernijen. De wijn vloeit rijkelijk en de stropwaffels dragen het gesprek. Met vriend en de oude en de enige echte lekkernijen. Het is goed toeven, als je er bij stil staat.

Uncategorized

Straks zal er een antwoord zijn

Het was een bijzonder rare droom en het opmerkelijke was, dat ik hem al eerder gedroomd had. Ik was in een huis, dat qua grootte meer weg had van een museum of een bibliotheek. In de kamer beneden zou het een gemoedelijk tafereel hebben kunnen zijn, als er geen zwarte magie aan de orde was geweest. Ze was niet helend, niet verrijkend maar in staat om alle mooie voorgaande gebeurtenissen en handelingen te niet te doen.  Er waren gruwelijke beelden bij, waar ik langs liep maar letterlijk, ook in de droom, de ogen voor sloot. Die laatste beelden kon ik herleiden uit een recentelijke detective. De magie, waar voortvarende jeugd en ouderdoms-weerleggen in samen viel,  bleef hangen in de ruimte. De onrust broeide in mijn nek, nat en klam. In mijn verbeelding zag ik de net geverfde henna in de haren zich als een olievlek uitspreidde over het witte kussen. Ik schrok wakker met kloppend hart. Dat hart dat het nog steeds niet helemaal naar behoren doet en waar ik maar niet de vinger op kan leggen.  ‘Een bloedend hart’, om met BLØF te spreken

001In de Henna.

Ik verlangde naar een onbezorgde nachtrust. Zo een waarbij de overgang van avond naar ochtend tijdloos verloopt, aan een stuk, zonder de vele onderbrekingen van de laatste tijd. Met of zonder dromen, maar zorgeloos, zonder kwalen. Het hoofd bleef maar registreren qua onvolkomenheden. Dát denken te stoppen. Ik viel weer in slaap, met Poes Pluis vertrouwd en zorgzaam in de holte van mijn knieën.Ik droomde een tweede keer. Over een belangrijke internationale vrouwenbeweging, waar ik niets van af wist. Men keek me bevreemd aan, maar als ik durf te vragen, waar het voor staat en wat de doelen zijn, beamen ze ten leste dat er te weinig publiciteit in Nederland was en dat er meer mensen zijn, die geen idee hebben over de inhoud. We gaan op pad, een publiciteitscampagne. Dik gearmd, vriendinnen. Tot een van de topvrouwen aangeeft het niet meer aan te kunnen, de druk van buiten af is te groot. Ze besluit het leven te laten. Diep bedroefd, maar zusterlijk dragen we het grote verlies. Ik word wakker met de tafel op het netvlies, waaraan het laatst gedineerd is, nu met dochterlief. In het echt met de zussen gisteravond.

carlijn mensBlinde vlekken

Als ik aan het overpeinzen sla en de vrouwenbeweging weer in mijn herinnering schiet, roept het zo’n warm gevoel op, dat ik me moe maar voldaan voel met een randje.  Droom met een boodschap. Alles is te doorgronden als je het ongewisse durft op te heffen door te vragen. Onwetend zijn is niet erg maar doen alsof je het weet, of met stomheid geslagen willen blijven, zorgt voor de blinde vlekken in het hoofd. Het blijven zoeken naar de betekenis, het genuanceerde denken, geeft voldoening. Ineens weet ik waar de droom vandaan komt. Na een overpeinzing over een gesprek met de zussen waarom mensen handelen en wat dat zegt over hoorder en toehoorder, bracht het mij op het thema van de nuance. Daar ben ik mee aan het vlechten gegaan met als resultaat deze mooie beelden en de diepere gedachte. Ze strengelen zich voorlopig voort. Straks zal er een antwoord zijn.

Uncategorized

We komen er aan

Waar het woord het eerst opdook binnen de conversatie weet ik niet. Het had een metaalachtige bijsmaak. Je zegt het en nog eens en weer een keer en het wil zich maar niet voegen naar de geest. Sommige woorden doen dat. Er gaapt een onoverbrugbare kloof tussen de werkelijkheid en het woord. Toch gaan we het doen.

116

Ervaringen van jaren hebben zich geprobeerd te mengen met de vreemde aanduiding. De meest verschrikkelijke ontberingen op kampeergebied hebben zich aan mij voltrokken. De ijzig koude nachten in Denemarken en Zweden uit de jaren zestig. Het legertentje met de knopen en zonder grondzeil, waar het water een weg vond naar de rugzakken en de haastig opgehoogde  en opgetaste kledingstukken. De bloedworst, die naar metaal smaakte met een vampierachtige afdronk. De macaroni met tomatensaus als enig overlevingsmiddel omdat we anders de zes weken niet vol konden maken, die we liftend en eindeloos wachtend doorbrachten in de prachtige natuur en langs de lange, lege wegen. De eindeloze verliefdheid die als een warme deken over alle activiteiten heen lag en waar zelfs de zee vol met kwallen geen afbreuk aan kon doen in het prachtige Arhus. De rode harten die samensmolten in het formica van het meubilair van het gemiddelde wegrestaurant, de grond die zacht werd van liefde, ondanks de dennenkegels en de distels, het stampen van het schip dat in zeeziekte verenigde, samen misselijk, een grotere liefde is er niet.

Of die keer dat we dwars door Spanje heen trokken. Te beginnen bij San Sebastian en te voet en sommige stukken per trein de dorre droogte van het land en de extra rugzak aan hitte  trotseerden. Daar leerde ik olijven kennen in combinatie met de paprika en de knoflook, druipend van de olie, met de smaaksensatie van simpel zeezout en peper. Niets was heerlijker. Alle engeltjes van het luchtruim zweefden over de tong. Honger maakt zelfs rauwe bonen zoet. Geen angstaanjagende blaffende zwarte hond in een van de verlaten en uitgestorven dorpen of het gezoem van de muskieten boven het aardappelveld te Guadelajara, waar we aan de rand de slaapzak hadden uitgerold, konden het eufore gevoel verwoesten. We waren Die Hards in het kamperen.

IMG_9675

Jaren later was er een studiereis voor de drie jongste jongens. ‘Hoe leer ik survivallen ten tijde van luxe en gemak.’ Ik had ze meegenomen naar Italië en ze zwoegden om de haringen niet als kromme staven in de keiharde grond langs de kust bij Genua te slaan. Het zweet droop van de gebruinde koppies. Twee sheltertjes, wat luchtbedden en een beperkte rugzak met kleding was onderdeel van mijn Spartaanse cursus. Als beloning kregen ze de prachtige Duomo, toevalligerwijs in het stralende zonlicht en de godentroon bij uitstek, de voetbaltempel in Milaan op een presenteerblaadje. Kamperen was niet voor watjes, maar voor echte mannen en vrouwen van stavast. Aan mijn opvoeding zou niets ontbreken.

Zo heb ik aardig wat ontberingen doorstaan en tegenslagen getrotseerd. Een heerlijke tijd om op terug te kijken en te mijmeren. ‘Weet je nog…. toen we jong en in de bloei van ons leven….’. Dat was ook de reden, dat ik even moest slikken bij ons nieuwe avontuur met mijn drie zussen. Ondertussen ook kompanen in het overwinnen van malheur. Elke vakantiewoning kende wel een gebrek, maar met het geërfde optimisme van ons aller moeder sloegen we ons er dapper doorheen. Achteraf gaven de ‘beproevingen’ de mooiste verhalen, waar voor eeuwig op te teren viel.

206

Onze volgende onderneming wordt er dus weer zo een. We mogen haar nu al  bijschrijven door de onverenigbaarheid van het woord. De Glamping. Op luxe safari. Tropenhelmen in de aanslag, zaklampen op scherp, muskietennetten laten zakken, trek de kniekousen hoog.  Zeeland…we komen er aan.

 

 

Uncategorized

De volmaaktste schilderijen

Op zijde schilderen, dacht ik dus en had wel wat vraagtekens bij deze activiteit. Ongetwijfeld ook heel kunstig en verantwoord, maar niet mijn idee van het aanbod van de klassieke academie, waar eerder al twee zwoegende tekendagen aan vooraf waren gegaan.

Haha, nee dus, zijde schilderen was letterlijk wat er stond. Het schilderen van zijde, de stof, de textuur. Het zo weten te schilderen dat in een oogopslag duidelijk was,  waarmee men te maken had. De meester had een en ander voorbereid en het opzetten van het paneel was aanvankelijk allesbehalve te doorgronden. Vlakken verf , licht en donker, driehoeken en een foto van wat het worden moest, losse elementen. Hier werden we duidelijk bij de hand genomen om een techniek aan te leren. Daarvoor werd een van de grootste der groten van stal gehaald. Bartholomeus van der Helst met Abraham Del Court en zijn echtgenoot. Het draaide om haar knie. Een fraaie, oplichtende en glanzende, in zijde gehulde, knie. Het fragment, dat we als voorbeeld kregen, was onduidelijk, bijna abstract. Het ging niet om het plaatje an sich, maar puur om de techniek.

foto van Berna van der Linden.Dat wat zijde worden moet…

Hoogglanzende zijde vergt vooral eindeloos geduld. Niet haasten, geen vlugklus, maar kalmpjes aan, laag over laag, niet mixen, maar doezelen en dassen. Pas bij het laatste kwam de beleving. Dat was een tip van de, nu al veel zichtbaar wordende, sluier. Door miniem de kleuren in elkaar te werken met de platte penseel en het daarna nauwelijks te raken met een zeer zacht en rond penseel gaf het een glanzend effect. Bij lange na niet zoals Van der Helst, maar toch voelde het als een klein wonder om die kleuren zo zacht en met het grootst mogelijke effect in elkaar te zien vloeien. Het kleine hoge atelier werd een tafereel van zwoegen en zuchten aan die lange houten tafels, met als beloning de ontmaskering van een belangrijk gegeven. Ineens bestond de wereld uit stof, structuur, plooiend of glad, soepel vallend, stug of krakend stijf. Elke lap was een uitgebreide observatie waard. Overhemden, blouses, soepele broeken zwabberend om een been, klokkende rokken en gelukkig was het zomer en heerlijk weer. De impressie lag voor het oprapen.

505

De kracht van de aandacht.   Later op de dag in de bus op weg naar de stad, stond er een vrouw te wachten, die overduidelijk naar een feestje moest. Ze had een rode lange jurk aan met een geplisseerde rok tot op de opengewerkte schoenen. In haar oren twee grote gouden creolen, om haar nek vergulde glorie. De gouden glitterende armbanden om de rode voile stof van de mouwen klemden een grote imitatie Louis Vuitton vast. Haar haar was opgestoken en de ogen zwaar aangezet. De Zangeres Zonder Naam après la lettre. Ze keek de bus voorbij met stuurse blik. De zwierige voile schreeuwde om een foto, maar haar hele houding vertolkte de aversie. ‘Waag het niet’. Rode voile is geen witte zijde, plissé is niet glad. Er rolde mij een scala aan onbekende mogelijkheden voorbij.

De hele weg bleven stoffen en stofjes me achtervolgen en in het oog lopen. Nu kan ik weer de slaap niet vatten, alleen maar omdat de penseel zacht aan het dassen slaat, op het vermeende paneeltje, zodra ik mijn ogen sluit. Een onstuimige dans van rode voiles met witte zijde in een perfecte match. ‘s Nachts schilder ik de volmaaktste schilderijen.

 

 

Uncategorized

Angstige momenten

Bij iedere bos gesnoeid hout die ik van de grond opraapte en dat verbazingwekkend vederlicht aanvoelde, bekroop me de gedachte aan een waterval van de kleine monstertjes. Ze liepen zich vast te verkneukelen op en te verlekkeren aan dat grote bleke vel, een luilekkerland bij uitstek. Mijn hoofd gaf ze een eensgezinde lange rij aan maatjes. Toch had ik er slechts een te pakken of hij of zij  mij. Dat laatste dus.

Het voelde als kriebelen en het was zich net weer aan het nestelen met wriemelende pootjes en probeerde onder de rand van de elastieken band te komen ter hoogte van mijn buik. Pincet ligt tegenwoordig in de aanslag naast mijn favoriete hangplek. Hebbes. Bij kop en kont zou mijn oma triomfantelijk gezegd hebben.

foto van Berna van der Linden.

Ik legde de kleine wriemelaar op een witte ondergrond om van dichtbij te kunnen bestuderen en de lens van de camera vergrootte het hele beestje uit. Alles zat erop en eraan. Ik kan me niet heugen ten tijde van mijn oma ooit door een teek te zijn overvallen. Toen hadden we oorwurmen als engerds en  we waren er heilig van overtuigd dat die maar een doel hadden. Regelrecht je oren in. Dan zouden we zo doof worden als opa en dat wilde je absoluut niet. Angst en ontzag hadden zich samengebald. Bij elke doek die je pakte, eerst schudden, anders waren de rapen gaar. Teken zijn de nieuwe belagers van deze tijd. Ze scharen zich, wat mij betreft, in het rijtje van de mug, de wesp en de daas. Ik zie ze liever gaan dan komen. De laatste drie tuindagen was het bingo. Ergo, teek heeft zich een aardig kostje ingekocht heden ten dage.

Ik heb een grote liefde voor insecten en deins nergens voor terug. Ik hou van hun aparte kleuring, hun prachtige tekeningen, hun kunstige facetogen en zie dan ook vaak alleen de glanzende schoonheid van hun bestaan. Nergens deins ik terug bij spinnen, kevers, torren, mieren, duizendpoten, of vliegende schoonheden als libel, vlinder, motjes. De vliesvleugeligen, de, al dan niet, geleedpotigen, kunnen me allen bekoren. Een van onze mooiste projecten was er een van Reinhard en de waterjuffer.

Het jongetje, wiens slaapkamer we hadden nagebootst op het Robbeneiland sliep met een vliegenmepper en een spuitbus op zijn nachtkastje en werd door een waterjuffer meegenomen naar het rijk der insecten, zoals de kleine Erik uit het insectenboek van Godfried Bomans meegetroond werd. Wat volgde was zes weken lang de meest prachtige avonturen in het levendige ondergrondse bestaan. Toen het project klaar was, was er geen kind meer, die nog ooit naar een spuitbus grijpen zou. Ze waren diep onder de indruk van de levens van al die kleine wriemelaars. Dat is het gevolg als iets betekenis krijgt.

Afbeeldingsresultaat voor erik en het kleine insectenboek

De wandelende takken, die ik op mijn armen liet dansen en die bewondering oogsten voor hun prachtige gestroomlijnde kunstje, namen gretig aftrek. Dat wilde iedereen wel op de eigen armen proberen. Dat slakken kunst kunnen maken is een vast te stellen eigenschap. Iedere ochtend liep iedereen om het hardst om te kijken hoe de sporen getrokken waren in de dauw van de vroege ochtend en welk patroon dat gaf, om het na te bootsten met sterke witte lijm en ecoline.

Ik ben blij, dat ik teek niet tegen kwam in die dagen, want ik had ze moeten waarschuwen. Het blijft een mooi geval, met dat grote ronde achterlijf en de kleuren en ik had hem graag met mijn kleine observators uitgebreid willen bekijken onder een vergrootglas. Alleen te bedenken dat hij een ziektedrager is, is minder en maakt hem tot verguizen. Door er laconiek mee om te gaan, wordt in ieder geval de druk van de ketel gehaald, want ik weet niet wat erger is. De panische angst of het dier zelf. Puntig pincet in de aanslag en met marker een kringetje rond de plek. Daar haal je zekerheid mee en dat scheelt een hele hoop angstige momenten.